donderdag 27 mei 2010

Mijn kijk op apostolische successie (deel 5)

In mijn serietje 'Mijn kijk op apostolische successie' schreef ik in deel 2 al eerder over de kerkvader Ignatius (ca. 100 na Chr). Ik zal je daarom hier geen details over hem geven. Ik kom op hem terug, omdat hij in zijn brieven een belangrijke reden voor het belang van apostolische successie geeft, dat is dat er binnen de jonge kerken ketterijen zijn.

Ignatius (zie afbeelding) schrijft in zijn briefjes over twee ketterijen waarvoor hij de gemeentes waarschuwt. De eerste is het docetisme, dat is de leer dat Jezus geen echt lichaam had, maar een schijnlichaam. Hij stierf dus niet echt aan het kruis, hij at niet echt, etc. Want hoe zou God lichamelijkheid kunnen adopteren? Vanuit Griekse filosofie van Neo-Platonisme was dit moeilijk te verkroppen.

Een tweede ketterij die Ignatius bestrijdt, is het Judaisme. Aan de gemeente in Magnesia en die in Philadelphia stuurt hij zijn waarschuwingen. Interessant is dat Ignatius zegt dat degenen die eertijds Joods waren niet langer de Sabbath vieren, maar de dag des Heren, omdat de Heer op die dag opstond. (Magnesia 9:1) Dat is voor zover ik weet het eerste bewijs van deze verandering van feestdag. Ik hoor Judaiserende christenen vaak zeggen dat Constantijn de Grote achter de zondag als christelijke feestdag zit. Nee dus. Constantijn maakte de zondag, die door de kerk in elk geval onder Ignatius al werd gevierd, tot de nationale vrije dag.

Aan de gemeente in Philadelphia schreef Ignatius:
Maar als iemand het Jodendom aan jullie uitlegt, luister niet naar hem. [Als hij] niet spreekt over Jezus Christus, beschouw ik ze als grafstenen en de graven van de doden. (Philadelphia 6:1)

Ik hoorde sommigen mensen zeggen: ‘Als ik het niet in de Archieven vindt, dan geloof ik het niet in het evangelie.’ En toen ik tegen ze zei: ‘Het is geschreven’, antwoorden ze me: ‘Dat is precies de vraag’. Maar wat mij betreft, de ‘archieven’ zijn Jezus Christus, de onveranderlijke archieven zijn zijn kruis en dood en zijn opstanding en het geloof dat door Hem komt. (Philadelphia 8:2)

Dit laatste citaat is aardig, omdat het laat zien hoe de oude Kerk kampte met het gegeven dat er een Joodse canon van de Joodse geschriften bestond, maar dat het christelijk geloof nog geen eigen schriftelijke canon bezat. Men wist wel wat men geloofde, op grond van de historische gebeurtenissen en de interpretatie daarvan door de Apostelen, en er circuleerden allerlei briefjes en evangeliebeschrijvingen van de apostelen, maar een eigen ‘heilig boek’ had de Kerk nog niet.

Het pleidooi van Ignatius om de bisschoppen met hun colleges van priesters en de diakenen nauwgezet te volgen en te gehoorzamen, had alles te maken met zijn strijd tegen de ketterijen in de kerk. Het evangelie werd zuiver gehouden door de bisschoppen, en dus was hun rol zeer voornaam. Ignatius zegt bijvoorbeeld aan de Kerk in Philadelphia dat onder hen geen dwalingen voorkomen, want:
[Allen] die aan God en Jezus Christus toebehoren, zijn met de bisschop, en allen die zich bekeren en de eenheid van de Kerk binnentreden, zullen aan God behoren, zo dat ze leven in overeenstemming met Jezus Christus. Laat u niet misleiden, broeders en zusters; als iemand een scheuringmaker volgt, dan zal die het Koninkrijk van God niet beërven. Als iemand vreemde ideeën heeft, maakt hij zich daarmee los van het lijden [van Christus] (Philadelphia 3:2-3)

Ignatius zegt: ‘Vlucht voor verdeeldheid en valse leer; waar de herder is, daar volgen de schapen.’(Phil. 2:1) Met die herder doelt hij op de bisschop. Tegen de gemeente in Tralles zegt Ignatius dat ze enorm op hun hoede moeten zijn voor ketterijen, en dat doen ze door ‘onafscheidelijk aan Christus vast te houden en aan de bisschop en aan de opdrachten van de apostelen. (Tralles 7:1)

Die laatste drie zijn bij Ignatius een onverbrekelijke eenheid. Houd van aan Christus, de bisschoppen (die door de apostelen en hun opvolgers zijn aangesteld), en aan de opdrachten (brieven, evangelien, instructies over leiderschap?) van de apostelen. Duidelijk lijkt me dat de bisschoppen werden gezien als het hart van de kerkelijke gemeenschap, en dat hun zeer voorname rol, zo niet de belangrijkste, het waarborgen van de kerkelijke keer was.

2 opmerkingen:

Menno zei

HEEL interessant, stengholt, leuk dat je dit doet!

John Miller zei

Ja, erg leuk, maar het staat wel allemaal onhandig verspreid zo. Heb je Clemens nou al behandeld?
Ik heb zojuist een oud artikel van je verwijderd op blog: Op zoek naar de bron, over apostolische succesie bij Clemens in kader van je betoog over ECB in Nederland. Wil je dat ik je het morgen mail, of heb je het zelf nog ergens staan?