dinsdag 30 december 2008

Kerst met de Kompanie in Kairo

Zomaar wat kiekjes van de kerstviering op mijn werk in Cairo.  Die medewerkers houden zo enorm van feestjes... Net een kinderfeestje.  We moesten ze met klem vertellen dat als ze net ls in voorgaande jaren ieder onder de spuitsneeuw zouden spuiten, ze ontslagen zouden worden.





Jouke-Thiemo: Van harte mijn mammie... ik mis je...

Niet veel mensen, tegenwoordig misschien ongeveer 03,%, heeft het voorrecht op 31 december jarig te zijn.  Dat voorrecht heeft wel de moeder van Jouke-Thiemo.  De naam van de gezegende moeder is Irma. Van harte, Irma.  Nog veel jaren en hou je haaks, ook al moet je Jouke-Thiemo erg missen.  De arme kleine jongen heeft het ook erg moeilijk met het gemis van zijn moedertje. Hij zit uren naar haar foto te staren...

Inbraak en mannen zoenen

Stephanie d'r vrijer, Jouke-Thiemo (die nu gezellig bij ons in Cairo is), heeft wel pech... in zijn huis in Utrecht is ingebroken de afgelopen dagen.  Enkele computerschermen, een verrekijker, en hopelijk wat vuil ondergoed zijn door onverlaten meegenomen.  De arme jongeman zit in zak en as en we zullen extra goed voor hem zorgen.  Ter informatie, dezelfde Jouke-Thiemo zoende van de week een Egyptische bisschop en een Soedanese broeder.  Vae mihi, de zeden van de Nederlandse jeugd...

Op bijgaande foto wist JT nog niets van een inbraak en hij had de twee heren ook nog niet gezoend. Zijn gestresste blik is veroorzaakt door het sinterklaasgedicht dat hij moest lezen. Dit te uwer info.

maandag 29 december 2008

Na de kamelenmarkt de retraite in Anafora


Nadat enkelen onzer de kamelenmarkt bezocht, gingen we allen op retraite naar een woestijnoord, genaamd Anafora.  Heel mooi, als het warm is, maar het was zoooo koud.  Vooral de nachten waren #$%^.   Nou ja, wat weet ik ervan.  Na de eerste nacht vertrok ik weer zo snel mogelijk naar huis om in de avond een kerkdienst te leiden en te preken over Johannes 1.  Die preken van mij kunt u trouwens vinden op mijn website, www.strengholt.info.

zondag 28 december 2008

Vakantiepret in Cairo: kamelenmarkt


Het is kerstvakantie dus wat doen Nederlandse dames dan? Die gaan naar de Kamelenmarkt van Cairo. Daar staan honderden beesten, rijp voor de slager... Wat een smerige dieren zijn het, kwijlend uit hun brede bekken.  Deze kamelen worden uit Somalie naar Egypte vervoerd, over land naar Soedan eerst, en dan met de trein vanuit Khartoem naar Cairo.  Een lange reis, om het einddoel te bereiken: op het bord bij een Egyptenaar ;-)

Israel's aanval op Gaza: de boosheid van de Arabieren

(Cairo, 28 December) De zware aanvallen van Israel op Gaza, met meer dan 271 doden en een veelvoud aan gewonden, is het ernstigste en bloedigste incident tussen Israel en de Palestijnen sinds de oorlog van 1967.  Israelische soldaten staan klaar om de Gazastrook in te trekken.  Dat de Arabieren het ernstig veroordelen, was zo voorspelbaar als de opgang van de zon, en dat van over de hele wereld en vanuit Israel zelf, ook ernstige kritiek klinkt, is niet vreemd.  Zoals zo vaak reageert Israel met een overdosis aan slagkracht. 

Wie probeert een antwoord te vinden op de vraag waarom Israel dit heeft gedaan, kan snel klaar zijn. Hamas heeft de afgelopen tijd weer veel raketten op Israel afgevuurd. Dat Hamas dit doet als antwoord op het feit dat Israel de Gazastrook als een ghetto heeft afgesloten, laten we nu maar even buiten beschouwing; de aanvallen van Hamas moeten worden veroordeeld, en geven Israel het volle recht om te reageren, desnoods met geweld. Maar dan moet wel de vraag worden gesteld: hoeveel doden vielen er door die aanvallen van Hamas? Precies één. Het stellen van die vraag is redelijk, want in ons christelijke en westerse denken over de rechtvaardigheid van een oorlog speelt proportionaliteit een grote rol.

De meeste Arabische regeringen kunnen goed begrijpen dat Israel terugslaat, en hebben net zo’n hekel aan Hamas als Israel dat heeft.  Misschien wel meer nog, want voor de meeste Arabische regeringen zijn Hamas en hun radikale vrienden een gevaarlijke interne oppositiebeweging.  Mahmoud Abbas, leider van de Palestijnse Autoriteit op de Westbank, vindt het heerlijk als Hamas wordt getroffen, want Hamas heeft de Gazastrook aan het bestuur van de Palestijnse Autoriteit onttrokken.  Maar het gebrek aan proporties is voor de Arabieren niet te pruimen, en dat heeft niet alleen te maken met het bloedige aspect ervan, maar ook met imago-kwesties.

Israel kan op militair gebied doen en laten wat het wil in de Arabische wereld, dat weten alle Arabieren. Ze weten het, maar ze hebben er een grote hekel aan dat het door Israel nu opnieuw wordt ingewreven in de toch al pijnlijke wonden van hun verdeeldheid, zwakte, armoede, en politieke onmacht.  Bovendien hebben de Arabische legers niet de technologie die Israel mag kopen en ontwikkelen van de Verenigde Staten.  Israel is de enige natie in het Midden Oosten met kernwapens.  Door Israel’s disproportionele aanval, voelen de Arabieren zich vernederd. Opnieuw.

Waarom slaat Israel zo hard toe? Precies vanwege de imago-kwestie.  Israel meent al 60 jaar dat als het maar duidelijk genoeg laat merken dat het niet met zich laat spotten, de Arabieren zich vanzelf neerleggen bij het bestaan van Israel.  Wel, de meesten hebben dat al lang gedaan, maar nooit na bloedig te zijn verslagen, maar juist op momenten dat die Arabische naties het gevoel hadden dat ze serieus werden genomen en met respect behandeld. De aanval van dit weekend zal er niet voor zorgen dat de Palestijnen plotseling gaan denken dat ze Israel maar beter vriendelijk kunnen bejegenen.  Een aanval waarbij Hamas wordt vernederd, en daar is zeker sprake van, zal juist vragen om wraak, want de eer is aangetast, en dus kan Hamas niet met Israel aan tafel gaan zitten voordat die eer is hersteld.

Zou Israel dat niet weten? Eigenlijk denk ik van wel. Veel Israeli’s zijn opgegroeid in Arabische landen, en ze kennen die cultuur door en door.  Voor veel Israeli’s is het in wezen ook hun eigen cultuur.  Misschien juist wel daarom wordt Hamas nu zo hard aangepakt.  Israel wil helemaal niet aan tafel zitten met Hamas, omdat het die organisatie niet vertrouwt, en het niet tot onderhandelingen wil worden gedwongen door de internationale gemeenschap.  

Israel kan het om binnenlands-politieke redenen niet aan te worden gedwongen tot echte vredesbesprekingen, want dan komt ontegenzeglijk de kwestie van de nederzettingen in de Westbank en de status van Oost-Jeruzalem aan bod.  Israel wil geen burgeroorlog riskeren, en zet dus voorlopig maar liever de status-quo van lichte spanningen met de Palestijnen voort. Die zijn makkelijker in de hand te houden dan de grote massa’s Israeli’s die bereid zijn te vechten voor het behoud van hun nederzettingen. 

En misschien, heel misschien, hopen ze in Israel wel dat de Palestijnen hun Hamas die ze zelf hebben gekozen wel zo zat raken door de problemen die het veroorzaakt dat ze afstand gaan nemen van deze radikale partij die nota bene in Iran, Syrie en Hizbollah zijn beste vrienden heeft.  De meeste Arabische regimes hopen op precies hetzelfde, want behalve in Syrie, willen de Arabieren niks te maken hebben met de radikale Hamas.

Juist omdat de Arabieren in toenemende mate de macht van Iran vrezen, keren ze zich steeds meer af van de vrienden van  Iran in de Arabische wereld, zoals Hizbollah en Hamas.  Syrie is ernstig geisoleerd en wordt door de meeste Arabieren met argusogen bekeken.  In het grootste Arabische land dat al tientallen jaren in vrede leeft met Israel, heeft het regime van president Hosni Moebarak een broertje dood aan Hamas en de Egyptische pendant, de Moslim Broederschap.  Hamas voelt haarscherp aan dat Egypte het wel best vindt wat er dit weekend gebeurde.  Taher al-Nunu, een woordvoerder van Hamas, verweet ‘derden’ samenwerking in de Israelische aanval.  Andere Hamas-leiders noemden Egypte en de Palestijnse Autoriteit bij name.

In de burelen van President Moebarak en ook in de kantoren van de Palestijnse Autoriteit in Ramallah zullen ze zich nauwelijks bekommeren over de vraag of Israel gerechtigd was tot deze aanval. Ze waren het heus wel met Israel eens dat er 'iets' moest gebeuren.  En Israel snapt ook heus wel dat de Arabische regimes, om interne redenen, stevige taal moeten gebruiken om Israel te veroordelen.  Het gepeupel moet immers in de hand gehouden worden? Maar de disproportionaliteit van de aanval is het grote probleem voor de Arabieren.

Hun voornaamste vraag is: waartoe leidt dit, nu de aanval zo bloedig was.  Wat de Arabische het meest vrezen, is dat hun gehate islamitische oppositie munt weet te slaan uit Israel’s gedrag en uit het feit dat de Arabische wereld de Palestijnse broeders laat 'afslachten'. Die kritiek is niet bedoeld om de Palestijnen te helpen, maar om de eigen regeringen in het hemd te zetten. Dus rest die Arabische leiders niets anders dan met grote, bombastische woorden Israel te veroordelen, de Palestijnen te verzekeren van hun hulp, en te hopen dat de Verenigde Staten een standje uitdeelt aan Israel. Woorden, verder niks.   

(c) Dr Jos M. Strengholt
www.arabieren.blogspot.com

donderdag 25 december 2008

Licht uit licht, u willen wij geloven

U, Eeuwig Woord, die is voor alle dingen; 
God uit God, uw lof willen wij zingen. 
U schenkt ons uw heerlijk licht en leven, 
mijn hart, mijn ziel wil ik u geven.   

Aan ‘s Vader’s hart, daar was u eeuwig rijk; 
Licht uit licht, maar u werd vlees, de mens gelijk. 
U toont ons de heerlijkheid van boven, 
in U zullen wij heel vast geloven.   

De wereld verwierp u, gaf voorkeur aan het duister; 
sloot de ogen, en bleef blind voor uw luister. 
Maar tot uw kinderen heeft u ons gemaakt, 
wij die uw liefde hebben gesmaakt.

(c)  Jos M Strengholt, kerst 2008, Cairo. Bij Johannes 1


Het Woord was bij God en het Woord was God

De apostel Johannnes schreef een paar brieven, het boek Openbaring en het Evangelie van Johannes toen hij al wat op oudere leeftijd was. Tijdens zijn lange leven van dienst aan God en de kerk heeft hij veel kunnen nadenken over de enormiteit van de ervaring die hij had als jongeman. Drie jaar leefde hij dag-in dag-uit met Jezus; dat heeft zijn leven dramatisch veranderd. Wie was Jezus? 

In de brief die wij 1 Johannes noemen, spreekt de oude bisschop van Efeze erover dat hij Jezus met eigen ogen zag, dat hij hem hoorde, dat hij hem aanraakte. (1 Joh. 1:1) Met die woorden onderstreept Johannes dat Jezus een mens was.  In onze tijd zouden we daar niet zo’n nadruk op leggen, want aan de menselijkheid van Jezus twijfelt de moderne mens niet.  Dat was anders in de tijd van Johannes; sommigen waren zo onder de indruk van Jezus en diens impact, dat ze beweerden dat hij goddelijk was zonder echt een lichaam te hebben gehad.  ‘Kom op’, zegt Johannes, ‘ik heb Hem gevoeld, gezien, gesproken.  Ik ben een ervaringsdeskundige: Jezus was zo vleselijk, zo tastbaar, als jij en ik.’ 

Johannes gebruikt in deze verzen overigens niet de naam Jezus, maar hij spreekt over het Woord, dat is in het Grieks, de Logos.  Ook in zijn evangelieverhaal begint Johannes daarover. ‘In het begin was het Woord, en  het Woord was bij God, en het Woord was God.’ (Joh. 1)  

Griekse filosofen zagen de harmonie in het heelal, en vroegen zich af hoe dat kon.  Waarom was er ordening en geen chaos? Hun conclusie was dat het heelal door een Logos, een soort onpersoonlijke rationaliteit, werd bestuurd.  Het Jodendom kende het idee van de Logos ook; de meeste Joden spraken Grieks, en wisten dat de Logos in de Griekse vertaling van hun Heilige Schrift werd gebruikt voor het Woord van God. 

God is een sprekende God; als Hij spreekt, zijn Zijn Woorden dan anders dan Hijzelf? Ja, natuurlijk, je kunt het spreken van God onderscheiden van Hemzelf.  Maar kan je die Woorden van Hem scheiden?  Nee natuurlijk.  God is wie Hij zegt dat Hij is, en wat Hij zegt, is een volkomen weerspiegeling van wie Hij is. Vandaar dat het Jodendom over het Woord van God soms als een aparte persoon spreekt, die wel heel dicht bij God staat.  Lees bijv. Spreuken 8:27-30. 

Het was niet zijn nadenken over de Griekse of Joodse filosofie die Johannes tot zijn uitspraken over de goddelijkheid van de Logos dreef; het was de concrete, tastbare, menselijke ontmoeting met Jezus van Nazareth.  Van die Jezus constateerde Johannes: Hij is de absolute weerspiegeling van God; Hij was voor de schepping bij God, en Hij is God.  Van God de Vader onderscheiden, maar niet te scheiden dus.  

Voor de Griekse filosofen en de Joodse theologen was dit algemene spreken over de Logos nog wel te pruimen; ze waren het vast niet met Johannes eens, maar hij sprak in zekere zin toch hun taal.  Totdat hij zei: het Woord is vlees geworden. (Joh. 1:14) De NBV zegt: het Woord is mens geworden, en dat vind ik een veel te aardige vertaling, niet rauw genoeg.  Johannes wilde juist onderstrepen hoe vleselijk dat Woord werd. 

Jezus was de vleeswording van God.  Niet zoals de Griekse goden die soms de Olympus afkwamen om de mensen te plagen en weg te vluchten zodra het te moeilijk werd; God is echt mens geworden, om die menselijkheid voorgoed in zich op te nemen. God bleef ook niet verborgen achter het voorhang van de tempel om zijn volk aan hun lot over te laten; zo ervoer Israel zijn situatie.  Neen, God trad naar buiten en kwam bij de mensen.  ‘De Zoon van God werd een mens als wij, om mensen als ons tot kinderen van God te maken’, zei kerkvader Chrystostom in een van zijn preken over Johannes 1.  

Johannes kwam vast tot zijn wondermooie theologische gedachten met een glas wijn in de hand, maar zijn conclusies over wie Jezus is, zijn archimedisch punt voor zijn speurtocht is niet begonnen vanuit een Platonische filosofie met zijn prachtige algemene ideeen.  Johannes begon zijn denken bij de concrete ontmoetingen met Jezus: in die ontmoeting ervoer hij de genade, de waarheid, de glorie van God.  

Voor ons is het verstandig om de pelgrimsreis van het zoeken naar God aan te vangen bij de concrete ontmoeting met het vleesgewoorden Woord.  En onderweg vinden we God nooit ergens anders dan bij het Woord dat van eeuwigheid aan het hart van de Vader rust, bij de tastbare Jezus, de Jezus zoals aan ons geschilderd door de mannen die Hem hebben ontmoet.  Hun leven en denken werd daardoor op de kop gezet.  Kijk maar uit.

woensdag 24 december 2008

Vrede tussen Israel en Syrie nog een droom

(Cairo, 24 december 2008) De Syrische president Bashar al-Assad zei deze week op een persconferentie in Kroatie dat het ‘natuurlijk’ is dat Syrie en Israel op zeker moment rechtstreeks met elkaar over vrede gaan praten. Hij voegde daaraan toe, dat als je aan de constructie van een gebouw denkt, je wel eerst de fundamenten moet leggen. Mooie woorden, die de indruk wekken dat met Syrie iets te bereiken valt, maar de woorden van Assad zijn zonder inhoud en duiden slechts op voortgaand uitstel.

Syrie is momenteel zo geisoleerd in de Arabische wereld dat de Arabische krant Al-Sharq al-Awsat dinsdag kritische vragen aan Assad stelde. ‘Er kan geen Syrisch-Israelische vrede komen zolang Syrie normale betrekkingen met Iran heeft.’ Tariq al-Homayed, de hoofdredacteur van die krant, is van mening dat Syrie die relaties met Iran moet loslaten, om met Israel vrede te sluiten.

De enige vrienden van Syrie zijn Hizbollah en Iran, maar dat zijn vrienden waar je niet echt op aan kan, zegt al-Homayed. Hij adviseert Syrie dus sterk om die banden los te maken, en om vrede te sluiten met Israel. Het kan daardoor de Golan terugkrijgen en de besprekingen tussen Israel en de Palestijnen weer op een goed spoor krijgen. Voor de rol van Syrie in de Arabische wereld en daarbuiten zou dat een enorme opsteker zijn.

Dat Syrie wordt opgeroepen tot het sluiten van vrede met Israel door een Arabische krant, laat zien hoe gematigd de Arabische landen inmiddels over Israel denken, maar ook dat onder de Arabieren veel meer vrees bestaat voor Iran dan voor Israel. De Arabieren zien graag een eind aan de goede banden tussen Syrie enerzijds en Iran en Hizbollah anderzijds, vanwege de vrees voor een opmars van de politieke macht van Iran en de Sjiietische Islam. Dat is een serieuze kwestie.

De Egyptische krant al-Ahram schrijft deze week over de leiders van Iran: ‘Zodra ze nucleaire wapens hebben, zullen ze verleid worden om die te gebruiken om de Arabieren en Egypte te manipuleren.’ De krant is van mening dat de Arabieren verzuimd hebben een regionale strategie te ontwikkelen om de dreiging die uitgaat van Teheran het hoofd te bieden. ‘De mullah’s hebben een agenda die haaks staat op de Arabische belangen.’

Het lijkt dat Syrie niet weet waar zijn belangen liggen. Het is zo geisoleerd dat alleen Iran en Hizbollah als ‘vrienden’ kunnen worden beschouwd. Syrie staat toe dat Hamas in Gaza wordt gefinancierd via het hoofdkwartier van Hamas in Damascus; het laat Iraanse wapens afleveren aan Hizbollah; het laat anti-Amerikaanse strijders via haar grondgebied Irak binnendringen. Daarnaast laat Syrie toe dat Iran via zijn grondgebied internationale sancties tegen de wapenimport omzeilt.

Door de Arabisch-Iraanse spanningen lijken de Arabieren het nu dus geheel gehad te hebben met Syrie. Maar het is onwaarschijnlijk dat Bashar al-Assad de moed zal hebben voor een heuse koerswijziging; het land voert al tientallen jaren een uiterst behoedzaam beleide. De diktatuur gaat gebukt onder haar traditionele keus voor isolement en ferme rhetoriek tegen Israel. De dictator en zijn elite lijken bang dat beleid aan te passen, want elke verandering binnen Syrie zou tot het einde van het minderheidsregime kunnen leiden.

Dus gaat Syrie door met voorzichtig geluiden te laten horen over mogelijke vredesbesprekingen met Israel, zodat het de westerse wereld wellicht nog wat langer zand in de ogen kan strooien. Syrie is niet van plan stappen te ondernemen, en lijkt af te wachten wat er met Iran gaat gebeuren. Voorlopig lijkt het niet van plan haar enige vrienden in de wereld te ontrieven. Eerder deze maand zei Assad nog dat de relaties van Syrie met Iran ‘niet zullen wankelen, voor geen enkele reden en onder geen enkele omstandigheid.’ Daarmee plaatst Syrie zich momenteel buiten de Arabische wereld, die op ramkoers met Iran zit.

(c) Dr. Jos M. Strengholt
www.arabieren.blogspot.com

dinsdag 23 december 2008

Ook vanuit Egypte volgen we Feyenoord


Ben ik blij dat mijn broer me af en toe de stand van de voetbalcompetitie doorgeeft - dan weet ik hoe het met Feyenoord gaat; de laatste stand zaken - heel bemoedigend.

Sint komt wat laat in Egypte

Eindelijk is de goedheiligman in Cairo... Het wachten was op Jouke-Thiemo, Stephanie d'r beminde.  Maar vanavond komt sint ook bij ons.... yes!  Hij heeft de kado's  voor het gemak maar onder de kerstboom gelegd.  Een echte den zou ons 225 euro hebben gekost, dus houden we het maar op een conifeer (met kluit, dit te uwer kennisgeving).
Eerder deze week vierden we al kerst met een groep vrinden. Justine staat er nog net links op. Verder zien we lui uit Australie, de VS, Singapore, Korea en England op de foto.  

En de kou heeft bij ons ook toegeslagen, het is maar 12 graden of zo.  Adrienne mag nou eindelijk de verwarming aan! 'Nee Jos, dat kost te veel... doe maar een trui aan...

maandag 22 december 2008

Spanning tussen Soennieten en Sjiieten neemt toe in Arabische wereld

(Cairo, 22 december 2008) Deze week werd in de stad al-Qatif aan de Saoedische oostkust gedemonstreerd tegen het beleid van de Verenigde Staten en Israel ten aanzien van Gaza. Het ging om enkele honderden mannen. Niks bijzonder, op het eerste gezicht. Maar de demonstranten hielden foto’s omhoog van Sjeik Hassan Nasrallah, de leider van Hizbollah in Libanon, en daarom is deze ogenschijnlijk onbeduidende demonstratie een voorbeeld van verschuivingen in de Arabische wereld waar de meeste Arabieren doodsbang voor zijn.

Alleen via Saoedische bloggers werd dit nieuws van de demonstratie in al-Qatif bekend; de Saoedische media zwegen als het graf. Dat doodzwijgen is een uiting van de vrees van de Saoedische autoriteiten voor de opmars van de sjiitische Islam, met daarachter Iran als sturende grootmacht. Saoedie Arabie’s oostkust, waar zich niet alleen een sjiietische meerderheid maar ook de grootste oliereserves van de wereld bevinden, zou in de komende jaren wel eens opnieuw een probleemhaard kunnen worden.

Aan de oostkust van Saoedie Arabie wonen veel sjiitische moslims; die worden al jarenlang monddood gemaakt door de extreme soennitische aanhangers van de Wahhabistische Islam die de touwtjes van Saoedie Arabie in handen hebben. De afgelopen maanden heeft Saoedie Arabie allerlei maatregelen genomen om de geestelijke leiders van die sjiieten het leven moeilijk te maken. Die sjiieten houden zich angstvallig gedeisd, maar zijn nu in actie gekomen na een oproep daartoe van de sjiietische sjeik Nasrallah.

Deze demonstratie laat zien dat de sjiieten in Saoedie Arabie zich in toenemende mate assertief opstellen, net zoals ze dat overal in de Arabische wereld doen. Een concrete aanleiding momenteel is de situatie in Gaza; vooral Iran en Hizbollah werpen zich op als de verdedigers van de Palestijnen tegen Israel en de Verenigde Staten. Dat verscherpte de afgelopen weken de politieke tegenstellingen tussen Iran en Egypte, want Iran vindt dat Egypte heult met de vijand door de grens met Gaza niet wijd open te zetten voor de invoer van wapens. Deze aanvallen op Egypte hebben ervoor gezorgd dat geplande diplomatieke bezoeken tussen beide landen werden afgezegd. 

De politieke twist heeft echter een veel diepere lading dan een meningsverschil over Gaza. Eerder deze maand zei de Egyptische president Hosni Mubarak tijdens een besloten zitting van zijn Nationale Demokratische Partij: 'De Perzen willen de Arabieren opvreten.'  Via de Koeweitse krant al-Jarida lekte dit uit.  Er is sprake van een culturele tegenstelling tussen de Perzen en de Arabieren, en die valt voor een behoorlijk deel samen met de twee hoofdrichtingen in de Islam, de sjia en de soenna, die elkaar beschouwen als afvallige moslims.

De Saoedische vrees voor een rol van Iran en de sjiieten wordt dus gedeeld in alle Arabische hoofdsteden. Voor de meeste Arabieren staat vast dat de ontwikkeling van nucleaire wapens in Iran niets met Israel te maken heeft, maar alles met de pogingen van Iran om de macht in de regio te krijgen. Egypte en andere Arabische landen hebben daarom ook aangekondigd dat ze nucleaire energie willen ontwikkelen.

Dit najaar sprak de gerespekteerde soennitische sjeik Yousef al-Qaradhawi van Egypte scherpe woorden over de sjiieten. Al-Qaradhawi is hoofd van de International Unie voor ‘Ulama (islamitische wetsgeleerden). Hij waarschuwde voor het gevaar van de infiltratie van de sjiietische islam in soennitische landen en noemde dit een onderdeel van de pogingen van Iran om in de regio de macht te grijpen. Libanon is inmiddels onbestuurlijk geworden als Hizbollah niet meebestuurt, en in Irak staan de sjiieten aan de vooravond van hun greep naar de macht. De meeste Arabieren verwachten dat als de Amerikanen uit Irak vertrekken, de sjia daar onmiddellijk de macht overneemt. Daarmee krijgt die stroming in de Islam veel meer macht over de Arabische Golf en diens olievoorraden. Dan wordt het weer een Perzische Golf, is de Arabische vrees.

Dat Iran vuur spuugde na al-Qaradhawi’s uitspraken, is niet verwonderlijk. Hij werd een zionist genoemd; erger kan dus niet. Opvallend is dat veek soennieten ook kritisch op al-Qaradhawi waren. Voor veel radikale moslims, en ook de Moslim Broederschap, moet alles in het werk gesteld om de Islamitische wereld te verenigen tegen het gevaar van het Westen. Voor hun is eenheid vereist boven alles, om wereldwijde machtspolitieke redenen. Op politiek niveau kunnen radikale moslims wereldwijd elkaar aardig vinden, vooral omdat er een gezamenlijke vijand is, met Israel en de Verenigde Staten als speerpunt.
 
Maar de Egyptische al-Azhar universiteit en de overheid hebben zich achter al-Qaradhawi gesteld; de meeste soennitische islamgeleerden zijn het vanuit religieus oogpunt geheel met hem eens, en de politieke machthebbers in de Arabische wereld moeten uiteraard niet hebben van de revolutionaire taal van Iran. De soennitische geleerden zijn van mening dat met de sjiietische Islam geen verzoening kan plaatvinden; belangrijke onderdelen van het gedachtengoed van de sjia kunnen ze nooit aanvaarden. Daarbij gaat het om een fundamenteel andere visie op de geschiedenis van de vroege Islam en op het huidige geestelijk leiderschap over de Moslim gemeenschap.

Het Egyptische parlementslid en hoofdredacteur van dagblad al-Jumhuria, Muhammad Ali Ibrahim, staat geheel achter al-Qaradhawi’s oproep tot waakzaamheid. Muhammad wees op de vele Iraakse vluchtelingen, waaronder nogal wat sjiieten, die zich in Egypte hebben gevestigd, en hij noemde ze een vijfde kollone. Hij spreekt van een aanval op Egypte, en vreest dat Egypte hetzelfde lot zal treffen als Libanon of Irak, en wenst dus dat alle sjiieten het land worden uitgezet. Die boodschap verkondigt hij via zijn krant, die doorgaanse de visie van de overheid weergeeft.

De politieke en religieuze tegenstellingen tussen de twee stromingen in de Islam hebben de afgelopen maanden op het internet tot digitale oorlogen geleid. Sjiietische hackers hebben op grote schaal websites van kranten en islamitische instellingen in de Arabische wereld gekraakt; daarbij werd duidelijk gemaakt dat de sjiietische Islam en Iran in opmars zijn. Het was nog maar digitaal, maar de teksten en afbeeldingen die de Iraanse hackers op de websites plaatsten, lieten duidelijk zien dat velen in Iran expansieve doelen hebben.

zondag 21 december 2008

Kerstdagen in Cairo

Het begint langzaam kouder te worden hier, het is vandaag hooguit 18 graden. Vanmorgen heb ik heerlijk een stel boeken opgehaald die door vrinden mee naar Egypte waren gesleept.  Heerlijk.  Veel belangrijker dan die boeken: Stephanie is hier.  Fijn om weer met z'n vijven samen te zijn.  Morgen komt ook vrindjelief Jouke-Thiemo.  Hopelijk heeft hij zijn laptop bij zich, dan kunnen we de komende dagen lekker nerdy doen.  Laat de anderen maar kerstbroden eten, de mannen hier in huis zullen naar hun schermen staren... Rosemarie ook trouwens, die zit professioneel films te downloaden.  Hopelijk werkt internet de komende dagen - er waren deze dagen kabels op de zeebodem gebroken en wij dus dagen eenzaam en zonder kontakt met de wereld.

Moeten Christenen hoofdgeld betalen aan moslims?

Onder moslims wordt regelmatig gediscussieerd over de vraag of christenen in islamitische landen eigenlijk geen jizyah zouden moeten betalen. Dat is een soort hoofdelijke belasting die ten tijde van de vroege Islam aan christenen werd opgelegd, ten behoeve van de schatkist van de kalief. Onder heel veel moslims bestaat het idee dat dit eigenlijk ook vandaag de dag zou moeten gebeuren.

Christenen in Egypte, Pakistan of Indonesië zijn uiteraard niet gediend van de gedachte dat ze zouden moeten betalen omdat ze de Islam niet aanhangen. Niemand wil natuurlijk meer belasting betalen, maar jizyah is bovendien een krachtig symbool van onderworpenheid. In dorpjes in Egypte moeten christenen regelmatig, vaak met dreiging van geweld, jizyah betalen aan radicale groepjes moslims die de wet in eigen hand nemen en daar een slaatje uit slaan.

Onder fundamentalistische moslims hoor je vaak argumenten waarom in Egypte en andere islamitische landen de jizyah weer moet worden ingevoerd. Natuurlijk is het eerste argument altijd dat dit in overeenstemming is met de bronnen van de Islam. In Koran 9:29 wordt aan de moslims gezegd dat ze de christenen moeten bestrijden ‘tot die naar vermogen en onderdanig jizyah betalen’.

Je hoort ook vaak het argument dat als moslims verplicht zijn zakah, hun religieuze belasting, te betalen, het niet vreemd is dat christenen ook verplicht zijn tot een soortgelijke betaling. Voor moslims behoort betalen van die zakah net zo goed tot de vijf zuilen van de Islam als de plicht tot bidden en bedevaart.

‘Jizyah degradeert de niet-moslims niet, maar het brengt juist gelijkheid’, hoor je moslims soms zeggen. ‘Aangezien wij zakah moeten betalen, waarom kunnen niet-moslims dan geen jizyah betalen? Het zorgt juist voor gelijkheid.’ Een bizar argument natuurlijk, want christenen ervaren het niet als ‘gelijkheid’ als ze worden gedwongen tot betalingen op basis van een religieuze wetgeving die niet de hunne is.

Onlangs schreef een Egyptische moslim, Ayman Ahmed Mahmoud, een proefschrift waarin hij argumenteert dat de historische gewoonte om christenen jizyah te laten betalen, vandaag de dag niet langer toepasbaar is. Volgens hem was de jizyah ooit bedoeld als vergoeding voor het feit dat christenen niet in de legers van de Islam hoefden te vechten.

Mahmoud’s proefschrift gaat over jizyah in Egypte en de effecten die het had op de Kopten. Daarbij keek hij vooral naar de opvattingen van de stichter van de Moslim Broederschap, Hassan al-Banna. Aan de ene kant verdedigt Mahmoud de instelling van de jizyah voor christenen in de tijd van de islamitische profeet. Christenen betaalden dat in ruil voor het feit dat ze niet in het leger van de kalief hoefden te dienen. Dat was immers een zuiver islamitische leger.

Maar juist omdat in de moderne legers van de Islamitische landen geen onderscheid meer naar religie wordt gemaakt, is volgens Mahmoud jizyah tegenwoordig niet meer relevant. Dat was ook de mening van al-Banna, laat hij zien. Mahmoud vindt dat ‘de uiterste gevoelige dosiers’ over de jizyah voorgoed moeten worden gesloten omdat dit de groeiende spanningen tussen moslims en christenen in Egypte kan helpen oplossen. Maar die groeiende spanningen zijn voor veel moslims juist een aanleiding om te eisen dat de betaling van jizyah weer verplicht wordt gesteld.

Dit artikel stond op 3 januari 2009 in het Nederlands Dagblad
(c) Jos M Strengholt


donderdag 18 december 2008

Schoen van Bush: De Treurnis van de Arabieren

(Cairo, 18 december 2009) De voorheen onbekende Iraakse journalist Muntadar al-Zaidi, die deze week zijn schoenen naar de Amerikaanse president George Bush gooide tijdens diens persconferentie in Baghdad is in de hele Arabische wereld een volksheld geworden. Van Marokko tot Oman wordt al dagenlang met instemming over zijn machtige daad gesproken: Hij gooide een schoen. In Saoedie Arabie bood een welgestelde sjeik, Mohamed Makhafa, 1o miljoen dollar voor 'de schoen'; Arabische weblogs vieren de worp van de journalist als heldendaad; miljoenen Arabieren zien de werper als 'hun' held.

het enthousiasme van de Arabieren over 'de schoen' heeft iets tragisch; natuurlijk, je kunt lachen om de poging om Bush te raken. Maar dat in de Arabische media al dagenlang breeduit over 'de schoen' wordt gesproken alsof het om een Arabische overwinning gaat, heeft iets heel treurigs. Het Arabische enthousiasme bewijst hoe Arabieren over de Amerikaanse president denken, maar veel belangrijker, het legde ook feilloos een groot probleem van de Arabieren bloot. Ze hebben wanhopig behoefte aan een overwinning, aan erkenning, aan een gevoel van eer, en bij gebrek daaraan wordt zelfs feest gevierd over het werpen van een schoen, die zijn doel nog miste ook.

De Amerikaanse inval in Irak galmt nog steeds na als een wake-up call voor de Arabieren. Het legde vlijmscherp de machteloosheid van de Arabische wereld bloot. Het enige Arabische land waarvan veel Arabieren werkelijk dachten dat het in staat was stand te houden tegen het Westen in een militaire confrontatie, werd afgedroogd. De schaamte was groot onder de Arabieren, en die is onveranderd.

Arabieren zijn door de inval in Irak gewezen op de tegenstrijdigheid van hun ideologie en de rauwe werkelijkheid. Als moslims zouden ze de sterkste natie op aarde moeten zijn, maar ze werden verpletterd als een mug door de combinatie van Westerse wapens en Westers doelmatig
management. Voor wie altijd heeft geleerd dat Arabieren en moslims superieur zijn en dat Allah aan hun kant staat, is de klap heel hard aangekomen.

Maar er is meer aan de hand in de Arabische wereld. Het gebrek aan vrijheid van meningsuiting lijkt onwrikbaar in de Arabische landen, omdat de diktators maar niet van hun plaats te krijgen zijn; individuele vrijheden zoals vastgelegd in internationale verdragem worden met voeten getreden. In alle Arabische landen verdwijnen politici van de oppositie in gevangenissen. Er is bovendien een nijpend gebrek aan sociaal-economische vooruitgang in bijna alle 22 Arabische landen; de armoede is groot. De excessieve vreugde van veel Arabieren over de worp van de schoen moet worden gezien in de context van de algemene weerzin van Arabieren tegen de status-quo die door de Verenigde Staten is geschapen en in stand wordt gehouden.

Muntadar al-Zaidi, een sjiiet, zit nu gevangen, en het zal nog even duren voordat hij wordt voorgeleid, want volgens zijn broer is hij er beroerd aan toe; hij wordt behandeld voor een gebroken arm en gebroken ribben, en wie weet wat voor schade hij nog meer heeft geleden bij zijn arrestatie en verhoor. Zo gaat dat in Arabische landen, ook in die landen waar de politie door de Verenigde Staten wordt getraind en betaald. De Iraakse overheid kon de schande toch niet ongestraft laten? Al-Zaidi mag dan een volksheld van de Arabieren zijn, maar hij heeft de eer van het Iraakse regime geschaad, door te laten zien dat die met al hun veiligheidsmaatregelen Bush niet konden beschermen tegen deze 'aanval'. En zo heeft 'de schoen' ook feilloos de kloof tussen de Arabieren en hun regime's onderstreept. Het was een individuele daad van verzet, en dat aspect is precies wat de affaire van de schoen zo mooi maakt in de ogen van de Arabische wereld.

(c) Dr Jos M. Strengholt
www.arabieren.blogspot.com

Altijd met mijn mening klaar

Het is vast een soort sociale ziekte, maar ik sta bijna altijd met mijn mening klaar. Die is gebaseerd op studie, ervaring, en ordinaire guts. Een wonderlijk brouwsel dus. Ik heb ook zelden de gewoonte om dingen te zeggen als: ik denk, vermoed ik, ik geloof dat, of naar mijn mening. Allemaal onnodige opmerkingen, want het ligt best voor de hand dat als ik mijn mening geef, dat de mijne is, toch?

Ik neem me een paar dingen voor. Ik schrijf alleen over zaken waarover ik enig recht van spreken heb. Dat zijn zaken die te maken hebben met het Arabieren en de Islam. Mag ik? Ik heb een Masters' in Geschiedenis van het Midden Oosten (Utrecht, 1987), en ik ben gepromoveerd (Utrecht, 2008) in de Theologie op een onderwerp dat met het Midden Oosten te maken had. Voorts woon in sinds 1988 in Egypte en ik heb heel wat landen van de Arabische wereld verkend in de afgelopen 20 jaar.

Afijn, dat zegt allemaal niks, want mijn opvattingen kunnen evengoed waardeloos zijn. Of u dat vindt, zal me persoonlijk worst wezen. Ik blijf mijn 'wijsheden' vrolijk rondstrooien. En mocht u er iets mee kunnen, vergeet me niet te citeren ;-)

zorgelijk

Vandaag ging ik naar de kapper... Meneer Khalid... en wat zegt de man tegen me na een tijdje knippen? 'Mr Jos, ana bahibbak giddan...'. Meneer Jos, ik hou heel veel van u... Mijn kapper, jawel!

Ik heb het meteen thuis opgebiecht. Maar laat me u geruststellen. Zulke dingen zeggen Egyptische kappers tegen hun klanten. Misschien wel vooral omdat ze weten dat ze op een ruime fooi mogen rekenen ;-)

Unieke vondsten in de Nijlvallei

Egypte en Noord Soedan zijn ontstaan in dezelfde Nijlvallei en hebben een gezamenlijke geschiedenis van millennia. Vandaar mijn intereresse in de archeologie van Noord Soedan. Ik ben daar ook een aantal keren geweest en heb de wonderlijke piramiden van Soedan bewonderd - in het gebied waar de kamerling uit Morenland wellicht vandaan kwam - het koninkrijk van Meroe. Dat was ongeveer 200 km ten noorden van Khartoum.

Dinsdag hebben archeologen gemeld dat ze drie beelden van rammen hebben opgegraven, in dat gebied al-Hassa met die piramiden, met inscripties die misschien tot het ontcijferen van de oude taal van dat Meroe-rijk kan leiden. Dat koninkrijk duurde van 300 voor tot 450 na Christus. De rammen waren een verbeelding van de god Amon.

Het schrift van Meroe (Meroitisch) is eerder alleen in fragmenten gevonden, maar nu is een complete tekst beschikbaar van deze oudste schrijftaal van het gebied ten zuiden van de Sahara.
Archaeoloog Vincent Rondot noemt het een belangrijke vondst - hoewel de taal nog steeds moeilijk te ontcijferen is. 'Het is een van de laatste antieke talen die we nog steeds niet begrijpen. We hebben geen moeite met het uitspreken van de letters maar we kunnen het niet begrijpen, op wat lange woorden en namen van mensen na.' Aan de ontcijfering van de taal wordt nu dus opnieuw gewerkt.

woensdag 17 december 2008

De Schoen van Bush... door Alexander Weissink, NRC

Door ALEXANDER WEISSINK KAIRO, 17 dec.

In Egypte is er maar één onderwerp van gesprek: de schoenengooier van Bagdad. Muntadhar al-Zeidi (29), de Iraak- se journalist die zondag tijdens een persconferentie zijn schoenen naar de Amerikaanse president wierp, is in het Midden-Oosten uitgegroeid tot een volksheld. Al drie dagen is Zeidi’s actie voorpaginanieuws. Vooral de onafhankelijke kranten pakken groot uit, zoals Al-Dustour dat vandaag een grote schoen over een zuur kijkende president Bush heeft afgebeeld. „Het is zijn verdiende loon”, zegt een oude man bij een kiosk in Kairo. De onderkop van Al-Dustour vraagt wie het lef heeft om een schoen naar de Arabische leiders te gooien. „De blijdschap is een climax van onze frustraties over de Amerikaanse regering en de slaafse houding van onze regimes”, zegt de man.

Wanneer de kioskhouder het filmpje vanaf zijn mobiele telefoon laat zien, leidt dat tot veel hilariteit, handenschudden en luidruchtige felicitaties. Ook in de praatpogramma’s van de Arabische satellietzenders wordt de schoenengooier geëerd. Mensen mogen bellen om gedichten aan hem op te dragen. Sommige media hebben op hun websites een spelletje gezet dat bezoekers in staat stelt virtueel een schoen naar Bush te gooien. Op internet zijn talloze blogs en websites gewijd aan het incident waarop duizenden bezoekers uitgelaten reageren. „Moge God je prijzen voor die fantastische worp”, luidt een bericht. „Jij deed wat onze leiders nalieten”, een ander.

Intussen zijn er allerlei heroieke namen voor Al-Zeidi verzonnen: „de man met de gouden schoenen”, en „de verlosser”. Bijna iedereen is het erover eens dat hij de Arabische eer heeft hersteld. Slechts een enkeling is een andere mening toegedaan. Zoals Mirvat: „We raken hopeloos achter, maar prijzen ons gelukkig met een man die zijn schoenen naar iemand gooit.” Ze zegt geen fan van Bush te zijn, maar heeft geen goed woord over voor het incident. „Het bevestigt alleen het beeld dat we onbeschaafd zijn.”

dinsdag 16 december 2008

Geruchten over nieuwe regels voor veiligheid in vliegtuigen

Er gaan geruchten in Egypte dat binnenkort geen schoenen meer mogen worden gedragen in vliegtuigen. Ze schijnen te makkelijk te kunnen worden gebruikt bij mogelijke terreurdaden. De KLM wilde me geen commentaar geven, maar we wachten op officiele mededelingen.

zaterdag 13 december 2008

Verjaardagsfeest van Rosemarie in volle gang







Momenteel eet een kleine horde vrinden van Rosemarie bij ons; lui uit Zweden, Egypte, Duitsland, Porto Rico, de VS. Hier een paar foto's. De ouders van Rosemarie hebben zich maar wijselijk teruggetrokken.

Rosemarie jarig - 18

Hoera - vandaag is Rosemarie 18 jaar geworden. Ze heeft ons verboden om vandaag details op te halen over hoe de geboorte in zijn werk ging, maar ik kan u vertellen, het was een mooie dag in december, en in de morgen werden we al blij wakker, en ... o nee ik mocht niks zeggen.

Hier een paar foto's van de birthday-girl, op zichzelf, en temidden van kadootjes. Ze knuffelde sommige DVD's (Mama Mia, House....) Dit ter info. Je kan haar altijd nog feliciteren via haar email he?

vrijdag 12 december 2008

Maria, gezegende onder de vrouwen

Gezegend is Maria door de Heer;
Zijn Geest daald’ krachtig op haar neer.
God koos haar uit; z’ is mij veel waard:
Ze bracht de Heiland op deez’ aard.

Gelovig omarmde ze God’s Woord
waardoor verlossing voor de wereld gloord’.
‘Ik ben uw dienstknecht’, sprak ze zacht,
waarmee ze mijn Heer ter wereld bracht.

Groot was haar vreugd, ze was gezegend;
door God met grote gunst bejegend.
Maar pijn was ook haar deel, in smart
leed ze met haar Zoon - een speer door ‘t hart.

Als ook ik pijn en smart moet dragen,
mijn Vader, wilt u mij dan schragen.
Sterk mijn geloof, en Heer, wil mij gedenken
En dagelijks uw gunsten schenken.

(c) Jos Strengholt, 12 December 2008, Cairo, bij Lukas 1. Eerste versie ;-)

Preken over Maria, moeder van de Heer

Vandaag (vrijdag) en zondag preek ik in de Anglikaanse kathedraal hier in Cairo over Maria, moeder van de Heer. Ze was gezegend, gelovig, en gekweld. Jawel, in drie punten. De foto hier links is gemaakt van een stuk reli-kitsch op mijn bureau, en is wat vaag. Ik hoop in mn preek iets scherper te zijn ;-)

Overigens kunt u hem vinden op mijn website, www.strengholt.info.
Om hem direct te downloaden, klik HIER.

donderdag 11 december 2008

De Fatiha: Het gebed van de Islam (5) Leid ons op het rechte pad

Surah Al-Fatiha:
1. In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
2. Lof zij Allah, de Heer der werelden
3. De Barmhartige, de Genadevolle
4. Meester van de Dag des Oordeels
5. U alleen vereren wij en U alleen smeken wij om hulp
6. Leid ons op het rechte pad,
7. het pad dergenen aan wie Gij gunsten hebt geschonken, niet dat van hen op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Introductie
De Fatiha, het openingshoofdstuk van de Koran, bevat het gebed om op het recht pad geleid te worden. In het OnzeVader bidden christenen dat ze niet in verzoeking zullen worden geleid. Om de Islam en het Christendom met elkaar te vergelijken, is het zinvol om te zien wat wordt bedoeld met dit gebed om leiding.

Leid ons…
Opvallend is dat de Fatiha en het OnzeVader allebei gemeenschappelijke gebeden zijn. Het is geen gebed van de individu, maar van de gemeenschap. In beide religies worden deze gebeden ook vooral gezamenlijk gebeden. Voor veel moslims is zoiets logisch, want de islamitische landen zijn veel communaler dan de westerse wereld. Voor westerse christenen is het goed om stil te staan bij de gedachte dat in de bijbel mensen in de eerste plaats met elkaar, in gemeenschap, worden aangesproken. Ik ga daar nu niet op in, maar ik denk dat eredienst voor God niet in de eerste plaats een individuele kwestie is. Iets om over na te denken.

…Op het rechte pad
Het gebed om leiding op het rechte pad, wordt door sommige moslims opgevat als leiding naar dat juiste pad toe, alsof ze er nog niet op wandelen dus, en door anderen als gebed om, terwijl ze op dat pad wandelen, dat op de juiste manier te doen.

In de Koran wordt de term het rechte pad meestal voor de Islam gebruikt, maar ook wel voor de prediking van Mozes en van Jezus. Dat is niet zo verbazend als we bedenken dat de Islam die twee heeft geannexeerd alsof ze net als Mohammed de Islam zouden hebben verkondigd. De term rechte pad wordt ook gebruikt voor een goede religieuze (islamitische) levensstijl in het algemeen.

Een wat specifiekere mening die sommige islamitische theologen aan de term het rechte pad geven, is eschatologisch. Op de Dag des Oordeels zullen alle moslims het Pad van de Hel, een brug zo smal als een haar, moeten oversteken naar het Paradijs. Onder die brug brandt het hellevuur. Wie in zijn leven goede daden heeft verricht, wordt door een paard snel die brug over geholpen. Hoe iemand die brug oversteekt is geheel afhankelijk van hoe hij tijdens zijn leven op het rechte pad bleef.

Het gebed om op het rechte pad geleid te worden, heeft dus zowel met de dagelijkse praktijk van het moslim-zijn te maken, als met het eeuwige heil.[1]

Nadere bepaling van dat rechte pad
De Fatiha zegt dat het rechte pad, het pad is van degenen aan wie Allah zijn gunsten heeft bewezen, in tegenstelling tot het pad van degenen op wie God toornt en tot het pad van de dwalenden. Er is dus sprake van drie verschillende paden. Tenminste, dat is hoe moslims de Arabische tekst doorgaans vertalen en uitleggen. Traditioneel wordt gezegd dat het rechte pad de Islam is, terwijl van pad van hen op wie toorn rust, het Jodendom is, terwijl het pad van de dwalenden over het Christendom gaat. Deze uitleg zou van de profeet Mohammed zelf afkomstig zijn. In de hadith lezen we dit:
[Adi bin Hatim] vroeg [Muhammad] over Allah’s uitspraak over ‘op wie U bent vertoornd’, en hij zei: ‘dat gaat over de Joden’. Toen vroeg ik ‘en wat betreft de dwalenden’, en hij zei: ‘de Christenen zijn degenen die dwalen’.[2]
Er zijn ook islamitische exegeten die deze uitleg om grammaticale redenen verwerpen, en die zeggen dat het rechte pad de weg is van de Islam; wie op die weg wandelen, genieten de gunsten van Allah, hoeven niet voor zijn toorn te vrezen, en dwalen niet. Die uitleg is veel meer in overeenstemming met het Arabisch; dat kan beter worden vertaald als:
… het pad van hen aan wie u gunsten hebt bewezen, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.[3]
De woorden geen toorn en niet dwalen zijn dus een nadere aanduiding van de persoon die de gunsten van Allah ontvangt. Er is sprake van slechts één pad. Maar nogmaals, de Islamitische traditie begrijpt dit vers anders en dat leidt tot vertaling die beslist problematisch zijn.

Leid ons niet in verzoeking
Het OnzeVader bidt om leiding, maar daarbij gaat het niet allereerst om de vraag of we wel op het pad van de juiste religie wandelen, zoals in de Fatiha, maar om een veel persoon-lijker kwestie; christenen bidden of God ze wil bewaren van verleidingen tot zonde. We willen immers de naam van God heiligen met ons leven; we verlangen ernaar hem te aanbidden met woorden en daden. Vandaar ons gebed: God, houdt ons ver weg van die zaken in het leven die ons hart van u en gehoorzaamheid aan u wegtrekken.

De Boze of het boze?
De Griekse tekst van het OnzeVader maakt niet duidelijk of de christen dient te bidden voor verlossing van de Boze, dat is, de duivel, of voor verlossing van het boze, dat wil zeggen, kwaad in het algemeen. Het lijkt me geen probleem om beide opties open te houden. Wie niet wil worden verleid door verzoekin-gen, heeft daarbij te doen met het kwaad in zichzelf, en met de Boze die dat kwaad in hem aanwakkert.

De moslim bidt, net als de christen, dat de Boze geen vat op hem heeft. Voordat een moslim de Fatiha bidt, moet hij altijd eerst aan Allah vragen om bescherming tegen de vervloekte Satan die hem wil verleiden om van het rechte pad af te dwalen. Voor veel moslims lijkt Allah zo ver weg, dat ze zich tot allerlei trucs wenden om Satan op afstand te houden, zoals het gebruik van amuletten en bezweringen. De openingszin van de Fatiha, in de naam van Allah... wordt vaak als verbale amulet gebruikt.

Van een innerlijke drang tot het doen van kwaad wil de Islam niets weten. Mensen kunnen verkeerde besluiten nemen, door onwetendheid of ongehoorzaamheid, maar de gedachte dat mensen van nature neigen tot alle kwaad, wordt door de Islam bestreden. Mensen neigen tot alle goed, is de opinie van de Islam. Elke baby wordt als moslim geboren, maar kan door een verkeerde opvoeding van zijn aangeboren goedheid en religie worden afgebracht tot andere religies. Het gebed om leiding op het rechte pad gaat dan ook vooral om juiste kennis van wat van de biddende moslim verwacht wordt, en standvastigheid om dat dan ook uit te voeren.

[1] Zie respectievelijk Koran 37:118; 3:44; 7;15.
[2] http://tariqhabib.com/Fatiha.aspx (15 March 2008).
[3] See www.sunnahonline.com/ilm/quran/0018.htm#14 (November 2008).

De Fatiha: Het gebed van de Islam (4) U alleen… en U alleen…

Surah Al-Fatiha:
1. In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
2. Lof zij Allah, de Heer der werelden
3. De Barmhartige, de Genadevolle
4. Meester van de Dag des Oordeels
5. U alleen vereren wij en U alleen smeken wij om hulp
6. Leid ons op het rechte pad,
7. het pad dergenen aan wie Gij gunsten hebt geschonken, niet dat van hen op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Introductie
De Fatiha (De Opening) is het belangrijkste gebed in de Islam. Moslims horen het dagelijks 17 keer te bidden. We vergelijken de Fatiha met het meest gebruikte gebed in het Christendom, dus met het OnzeVader.

Waarom de nadruk op verering en steun van Allah alleen?
Toegegeven, het woord alleen wordt in de Arabische grond-tekst van de Koran niet gebruik, maar het is niet verkeerd dat de vertalers het woord gebruiken in de vijfde ayah. Het vers bedoelt de nadruk te leggen op het gegeven dat de moslim Allah vereert en om hulp vraagt, en niemand anders. Één moslim zegt:
De hele religie van de Islam draait om deze twee principes: we vereren niemand dan Allah, en we stellen ons vertrouwen op niemand of niets dan op Allah. Dit zijn de manieren om eeuwige zegeningen en bescherming van alle kwaad te krij-gen – er is geen [andere] weg naar overwinning.[1]
De reden die deze moslim geeft voor het vereren van Allah alleen, is dat het hele bestaan in zijn geheel, alleen onder Allah’s controle is. In het algemeen is een Christen het daarmee wel eens; we stellen ons vertrouwen op God, en op niemand anders. Toch zit er een addertje onder het gras, of liever gezegd, een stevige slang. Moslims gebruiken al snel het woord Tawhid, eenheid, als het gaat om de gedachte dat ze alleen op Allah vertrouwen, en daar schei-den zich onze wegen.

Wat is Tawhid?
Tawhid is een voornaam grondwoord in de Islam. Als moslims het daarover hebben, bedoelen ze er doorgaans mee te onderstrepen dat Allah geen metgezellen heeft. Daarmee bedoelen ze een directe aanval op de Christelijke leer van de Drie-eenheid van God.

Er zijn ook moslims die uit deze absolute eenheid van Allah concluderen, dat mensen zelfs geen eigen besluiten kunnen nemen; zodra een mens een eigen besluit zou nemen, maakt hij zichzelf en zijn denken tot iets dat naast Allah bestaat. Derhalve komen deze moslims – en de Saoedische Wahhabieten zijn hier een voorbeeld van – tot de conclusie dat alle dingen die gebeuren, alle gedachten die mensen hebben, als het uitrollen zijn van een tapijt dat Allah in de eeuwigheid schiep.

De hele geschapen werkelijkheid is in deze optiek dus een ontvouwing van de besluiten van Allah, in elk detail. Anders zou er naast Allah iets onafhankelijks bestaan, en dat is in deze gedachtegang een inbreuk op zijn Tawhid, zijn enigheid. Het is vervolgens ook makkelijk voor te stellen hoe deze gedachte, strikt doorgevoerd, kan leiden tot een mystiek monisme. Alles is Allah, en Allah is alles. De mysticus Ibn Arabi kon hierdoor tot de uitspraak komen als: Ik ben Allah.

Drie-eenheid en de Islam
Voor de meeste moslims die zulke consequenties verwerpen of die zich niet bekommeren om zulke diepzinnigheden, is Tawhid vooral de ontkenning dat Allah een samengestelde eenheid zou zijn. In de Koran wordt concreet tegen het concept van Drie-eenheid gea-geerd.

Regelmatig probeert de Koran duidelijk te maken dat Jezus slechts een profeet was en niet de Zoon van God, maar een enkele keer wordt het idee van de Drievuldigheid van Allah aangevallen:
Mensen van het boek! Gaat niet te ver in jullie godsdienst en zegt over God alleen maar de waarheid. De masieh ‘Isa, de zoon van Marjam is Gods gezanten Zijn woord dat Hij richtte tot Mar-jam en een geest bij Hem vandaan. Gelooft dan in God en Zijn gezanten en zegt niet: ‘Drie’. Houdt daarmee op, het is beter voor jullie. God is één god. Geprezen zij Hij! Dat Hij een kind zou hebben![2]
Interessant is een andere plaats in de Koran waar over de Drie-eenheid wordt gesproken:
Ongelovig zijn zij die zeggen dat God een derde van drie is. Maar er is geen andere God dan één god. En als zij niet ophou-den met wat zij zeggen, dan zal een pijnlijke bestraffing diege-nen van hen treffen die ongelovig zijn.[…] De masieh, de zoon van Marjam, is alleen maar een gezant… en zijn moeder was een oprechte vrouw; beiden aten zij voedsel.[3]
De Islam heeft blijkbaar de indruk dat Christenen geloven in een Drie-eenheid die bestaat uit God, Jezus en Maria. Daar moeten we niet lacherig over doen, maar eerder met een besef van schaamte; het was ongetwijfeld mede door het heterodoxe geloof en gedrag van de Christenen die Mohammed ontmoette, waardoor hij tot deze conclusie kwam.

[1] See sunnahonline.com/ilm/quran/0018.htm (15 maart 2008).
[2] Vertaling van Koran 4:171 van Fred Leemhuis. De Koran (Houten, 1989, 1990), p. 76.
[3] Vertaling van Koran 5:72,74 van Fred Leemhuis, De Koran (Houten, 1989, 1990), p. 86.

dinsdag 9 december 2008

Niet nog een kat erbij!

Twee katten hebben we al, een soort koe en een rood mormel. De namen? Ik verdring het. Ik wil geen bonding met die beesten. Neen, ik wil er GEEN nieuwe bij. Zei de schlemiel... Want wat is me weer overkomen? En zo lelijk, lelijk... asdunagt!

Leuk froebelen in de achtertuin

En jawel lieve lezers, de kersttijd genaakt... ook voor ons in Egypte. De dozen vol kerstspulletjes worden weer door het huis verspreid, gezellig... En in de tuin zit Adrienne met wat vriendinnen leuke kerststukjes te maken. Ja, in de tuin, waar het ongeveer 20 graden is. Vanavond ga ik via de satelliet naar PSV-Liverpool kijken. Om jullie koude klimaat te bewonderen.

donderdag 4 december 2008

Justine voetbalt in Alexandrie


Wat een familie van sportlui zijn we toch... Justine werd vorige week 2de met het team van haar school. Ze deed mee aan een scholentoernooi. Ze kwam zonder kleerscheuren terug, van het toernooi waar Stephanie een paar jaar geleden nog moest worden teruggebracht naar Cairo in een ziekenwagen met haar been in het gips...

Op deze foto bereidt onze jongste heldin zich voor op het nemen van een penalty. Justine was als klein meisje van 15 lentes speciaal gevraagd om met het team van de 'grote meiden' (16-18 jaar) mee te doen vanwege haar snelle dribbels, scherpe tackles, en dierbare uitstraling.

dinsdag 2 december 2008

Bezoek aan Cathedral van Lincoln

Vandaag in Lincoln in England geweest, en even de kathedraal bekeken. Wat een immens bouwwerk, en wat een prachtige wijk eromheen. Gebouwd op de resten van een Romeinse nederzetting. Bovenop een heuvel - zo'n stad kan niet verborgen blijven. Hier de website van de kathedraal, en hier alvast een foto ervan, en een foto van wat een tuin was in de Romeinse tijd. Een bezoek waard.

Station in Londen

Even een bericht vanuit London. Ik zit aan de koffie op een station, op weg naar Lincoln. De afgelopen week was ik in Nederland en nu een dag of 5 in Engeland. Ik heb hier in Engeland aardig wat getreind, op bezoek bij klanten voor mijn werk in Egypte. Ik was trouwens in een paar Anglikaanse kerken waar ik enorm werd bemoedigd door de groei. In de tamelijk beroerde wijk Peckham in Zuid Londen groeide de kerk van Rev Frog (ja echt...) in 10 jaar tijd van 15 mensen tot 600 die elke week de diensten bezoeken. Er is hoop...

zondag 30 november 2008

Mickey Mouse ter dood veroordeeld

Onder moslims in de arabische wereld wordt de laatste maanden stevig discussie gevoerd over de vraag of Mickey Mouse nu wel of niet moet worden vermoord. De bekende Saoedische schrijver en TV-persoonlijkheid sjeik Mohammed al-Moenajid verklaarde in augustus van dit jaar dat muizen de soldaten van satan zijn, en dat ‘volgens islamitisch recht, Mickey Mouse, waar hij ook wordt gevonden, moet worden gedood’.

De kwestie van Mickey Mouse wekte in de Arabische wereld zo op de lachspieren van de meeste moslims, dat sjeik al-Moenajid beweerde dat zijn woorden uit hun verband waren gerukt en dat ze door kwaadwillende zionisten waren verdraaid. Hij verklaarde hij dat hij nooit een fatwa had uitgevaardigd voor de moord op Mickey Mouse. Maar helaas voor hem, hij had het echt op TV gezegd, en diverse organisaties hebben zijn woorden via het internet en via TV verspreid.

Heel wat islam-geleerden zijn al-Moenajid te hulp gekomen. In een interview met het Saoedische dagblad al-Jazirah, zei Yousuf bin 'Abdallah Al-Ahmad, een professor in Islamitisch recht aan de Al-Imam Muhammad Ibn Saud Universiteit, dat hij kwaad is op de ‘hypocriete moslims’ die met het westen meedoen aan het verdraaien van de woorden van islamitische geestelijken met als doel die belachelijk te maken. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben; onder liberale moslims bestaat veel afkeer tegen de traditionele geestelijke gezaghebbers.

De vraag is natuurlijk of al-Moenajid zichzelf niet belachelijk heeft gemaakt. Sami Al-Behiri, een Egyptische schrijver, vroeg zich op e-magazine Elaph af: ‘Heeft sjeik al-Moenajod niet de moeite genomen zich af te vragen waarom Allah muizen schiep als die zo slecht zijn en moeten worden gedood? En zelfs als dat zo is, wat hebben denkbeeldige cartoonmuizen daarmee te maken?’

Al-Behiri is bovenal onstemd over de stroom van fatwas over allerhande onderwerpen. ‘De vloed aan fatwas die ons de afgelopen jaren heeft aangevallen, is een stormloop tegen het leven en tegen alles wat goed is en wat ons leven vreugde geeft. De dwingende conclusie van deze zelfhaat is dat we maar beter een band met explosieven om ons middel kunnen binden, om verlost te worden van onze droevige levens.’

De Egyptische moefti, Ali Gumaa, riep naar aanleiding van deze affaire op, om nu eens te stoppen met het uitvaardigen van dit soort bizarre fatwas. Hij wil een formele organisatie opzetten die de juistheid van fatwas moet vaststellen. Gaat de soennitische Islam daarmee in de richting van het instellen van een magisterium zoals het Vatikaan dat kent?

Er moet ook wel wat gebeuren; in de Arabische media wordt breed besproken hoe mensen als al-Moenajid met hun fatwas de Islam wel erg beroerd doen overkomen. ‘De Islam is niet langer gericht op het hart en de ziel, maar houdt zich bezig met de vraag hoe je fatwas moet schrijven over Mickey Mouse en hoe je Mickey wettig kan vermoorden’, merkt de Syrische dichter Adonis schamper op.

Dit artikel stond op 20 december 2008 in het Nederlands Dagblad
(c) Jos M Strengholt

Troost troost mijn volk

De Heer God biedt ons troost en hoop; Hij wil ons vreugde geven.
Hij vult met vreed’ en blijdschap, de dagen van ons leven.
Het licht wint van de duisternis; Hijzelf staat daarvoor pal.
Want Hij belooft dat Hij aan ons nieuw leven geven zal.

In de woestijn is Hij er bij; Hij weet hoe droog ‘t daar is.
Hij kent de honger en de dorst; ervaart uw droefenis.
Teneergedrukt of in de put; Hij steunt ons elk moment.
Denk nooit dat van uw smarten, Hij niet de diepte kent

Onz’ zonden heeft hij uitgedelgd; vergaf ze door het kruis.
Wie Hem gelooft kent veiligheid: hij hoort bij God nu thuis.
De grootste schat die Hij ons geeft, wat ons het beste schraagt
Is dat Hij heel dicht bij ons is, als Vader die ons draagt.

Zijn Zoon leidt als een herder ons, ook in het zwaarste uur
Hij gaat ons voor door de woestijn als een kolom van vuur.
En Zijn aanwezigheid in ons bestaan geeft ons de zekerheid
Dat Hij ons krachtig en vol liefd’, naar ‘t land van vrede leidt.

Zijn Heil'ge Geest woont in ons hart; Hij is dus zeer nabij;
O mens in nood, ziehier uw God, Hij staat dicht aan uw zij.
Drie-enig God, Vader, Zoon, en Geest, Hij geeft ons brood en wijn;
Als voorproefje van d’eeuwigheid, waar wij geborgen zijn.


Saffron Walden, 29 november 2008, bij Jesaja 40 en Markus 1
(c) Jos M. Strengholt

dinsdag 25 november 2008

Egyptische christenen gearresteerd na onlusten

De Egyptische politie heeft 50 Koptische christenen in Tayibba gearresteerd nadat er onlusten waren uitgebroken tussen moslims en christenen. De aanleiding voor de onlusten was een morele overtreding tijdens een islamitische uitvaart.

Het optreden van de politie heeft tot verontwaardiging geleid onder de christelijke gemeenschap, aangezien niet de moslims maar de christenen het slachtoffer zijn van het geweld: hun winkels worden geplunderd en hun huizen worden bekogeld.

De onlusten begonnen na een islamitische uitvaart op 4 november. De uitvaartstoet passeerde een christelijke jongen van 14 die tijdens het voorbijgaan op zijn ezel bleef zitten. Volgens de islamitische beleefdheidsnormen moet iedereen die langs een begrafenisstoet komt, respect betuigen door af te stijgen.

Na de uitvaart keerden de moslims zich tegen de christelijke gemeenschap en begon het geweld. De politie ondernam pas enkele dagen later actie door christenen te arresteren ‘om de vrede te herstellen’.

Leiders van de christelijke gemeenschap verklaren dat de christelijke jongen, die de aanleiding was voor de onlusten, niet op de hoogte was van de beleefdheidsnormen.

donderdag 20 november 2008

Jos even in Nederland

Even ter info, ik vlieg vannacht naar Nederland - en ben daar tot vrijdag 28 november. Daarna ben ik nog een paar dagen in en om Londen. Ik ben bereikbaar via mijn mobiele nummer 06-42161872.

zaterdag 8 november 2008

Papias - leerling van leerlingen van de apostelen

Papias was bisschop in Phrygia. Geboren rond 70-75 na Chr, en waarschijnlijk in 163 na Chr. overleden. Veel weten we niet van hem. Wat algemene informatie kan HIER en HIER worden gevonden. Hij heeft in het Grieks vijf boeken geschreven, rond 140 na Chr, getiteld Uitleg van de Woorden van de Heer. Volgens Irenaeus heeft hij naar Johannes de apostel geluisterd en wat hij een metgezel van Polycarpus. Eusebius zegt dat het niet om Johannes de apostel ging, maar Johannes de priester, die een leerling van Johannes de apostel was, en hij zegt dat Papias nooit de apostelen heeft gekend.

Papias heeft naar het lijkt de woorden en daden van Jezus opgetekend uit de mond van de generatie die de apostelen gekend heeft. Van die vijf boeken is niets over behalve enkele fragmenten bij Irenaeus en Eusebius. Er zijn nog wat fragmenten bij latere schrijvers, maar die zijn dubieus qua historiciteit. HIER het geheel van de fragmenten.

Eusebius (Kerkgeschiedenis, iii.39) citeert Papias:
Ik ben niet onwillig om op te schrijven, vergezeld van mijn interpretaties, elke instructie die ik met zorg te eniger tijd heb ontvangen van de presbyters, en die ik met zorg in mijn geheugen heb bewaard, zodat je daardoor overtuigd kan zijn van hun waarachtigheid. Want ik schiep geen behagen, in tegenstelling tot de meesten, in degenen die veel spraken, maar in degenen die de waarheid vertelden; noch in hen die vreemde geboden verkondigen maar in hen die de de geboden overdroegen die waren gegeven voor de Heer tot geloof, en die voortkwamen uit de waarheid zelf. Als dus ook maar iemand kwam die naar de presbyters had geluisterd, vroeg ik nauwgezet naar hun uitspraken – wat Andreas of Petrus had gezegd, of wat was gezegd door Philippus, of door Thomas, of door Jakobus, of Johannes, of Mattheus, of bij elk van de andere discipelen van de Heer; wat voor zaken Aristion en de presbyter Johannes, de discipelen van de Heer, zeggen. Want ik stelde me voor dat wat ik uit boeken kon leren niet zo nuttig voor me was, als wat ik ontving van de levende en blijvende stem.
In datzelfde gedeelte zegt Eusebius ook:
Papias […] bevestigt dat hij de uitspraken van de apostelen heeft ontvangen van degenen die hen vergezelden, en hij bevestigt dat hij persoonlijk Aristion en de presbyter Johannes heeft gehoord. [ed: die Johannes zou door de apostel Johannes zijn aangesteld.] Vervolgens noemt hij hen vaak bij name, en in zijn geschriften geeft hij hun tradities.
Opvallend, hoe belangrijk de nauwkeurige overdracht van de feiten wordt gevonden. Er circuleerden al veel boekjes van de apostelen zelf, er waren al heel wat brieven van degenen die metgezellen van de apostelen waren, maar de generatie daarna maakte zich even bezorgd over de nauwkeurige overdracht van de woorden en daden van Jezus. Me dunkt dat we op z’n minst kunnen constateren dat er sprake was van grote continuiteit.

Een paar andere interessante gegevens die we aan Papias te danken hebben, geciteerd door Eusebius: [Eusebius, iii.39]

1) De apostel Philippus woonde met zijn dochters in Hierapolis. Papias heeft die dochters gesproken, die hem over twee wonderen vertelden. De eerst was van een man die uit de dood opstond, en het tweede was van ene Justus Barsabas die dodelijk gif dronk maar geen enkele schade ondervond.

2) Over het Markus-evangelie weten we dit:
[Papias zei daarover het volgende:] En de presbyter [Aristion? Johannes?] zei dit. Markus was de tolk van Petrus geworden., en schreef nauwkeurig op wat hij zich herinnerde. Dat was echter niet in de exacte volgorde van de woorden of daden van Christus. Want hij had de Heer noch gehoord noch begeleid. Maar daarna, zoals ik zei, begeleidde hij Petrus, die zijn instructies aanpaste aan de noodzaak van de toehoorders, maar zonder de bedoeling om een geregeld verhaal van de woorden van de Heer te geven. Markus maakt dus geen vergissing door zo te schrijven als hj het zich herinnerde. Hij zorgde er speciaal voor dat hij niets wegliet dat hij had gehoord, en ook dat hij niet onwaars aan de uitspraken toevoegde.
3) Over het Mattheus-evangelie zegt Papias:
Mattheus verzamelde de uitspraken van de Heer in de Hebreeuwse taal, en een ieder legde die zo nauwkeurig mogelijk uit.
Overigens, Eusebius zegt dat Papias 'een man van een kleine verstandelijke capaciteit' was. Het lijkt erop dat Eusebius zich vooral verzette tegen een chiliatische visie die via Papias en Ireneaus in de kerk werd verspreid, vooral in het oosten van het Romeinse rijk. In hoeverre Papias inderdaad chiliastische ideeen had, is onduidelijk; in ieder geval zegt Eusebius:
Onder meer zegt [Papias] dat er een millennium zal komen na de opstanding der doden, wanneer het persoonlijke bestuur van Christus zal worden gevestigd op aarde.[Eusebius, iii.39]
Eusebius schaart deze traditie onder wat hij noemt zaken van een meer fantastische aard. Zo zou Papias ook een aantal vreemde gelijkenissen en instructies van de Heer hebben genoteerd in zijn boeken. Eusebius zal dit wel correct hebben gezien; ik denk dat Papias inderdaad iets dergelijks over het millennium zal hebben gezegd. Wij kunnen dat niet nagaan omdat de boeken er niet meer zijn, maar Eusebius verwijst zijn eigen lezers naar die boeken van Papias, om het zelf nog eens wat nauwkeuriger te kunnen bestuderen. Jammer dat we die boeken niet meer hebben.

vrijdag 7 november 2008

De Fatiha: Het gebed van de Islam (3) De verering van Allah

Surah Al-Fatiha:
1. In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
2. Alle lof zij Allah, de Heer der werelden
3. De Barmhartige, de Genadevolle
4. Meester van de Dag des Oordeels
5. U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp
6. Leid ons op het rechte pad,
7. het pad dergenen aan wie Gij gunsten hebt geschonken, niet dat van hen op wie toorn is
nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Introductie

De Fatiha (De Opening) is het meest bekende hoofdstuk van de Koran. Moslims leren het van kindsbeen aan uit het hoofd, en horen de Fatiha dagelijks 17 keer op te zeggen. We vergelijken de Fatiha met het OnzeVader; in dit artikel kijken we naar de betekenis van verering in de Islam.

Wat beogen moslims met de verering van Allah?
Het eerst deel van de Fatiha legt nadruk op de noodzaak om Allah lof en verering te schenken. In het tweede deel van de Fatiha vraagt de moslim aan Allah op hulp. Wat dat betreft volgt het gebed van de Islam dezelfde indeling als het OnzeVader. Moslims en Christenen zijn het erover eens dat God allereerst recht heeft op onze verering, en pas daarna komen we met de meer op onszelf gerichte wensen en verlangens tot Hem.

De woorden U alleen vereren wij vormen de afsluiting van het eerste gedeelte van de Fatiha. Dat woord vereren komt van de arabische werkwoordstam ‘abada. Het woord voor verering dat daarvan is afgeleid is ‘ibadah. Van hetzelfde werkwoord komt ook het woord ‘abd, wat slaaf of dienaar betekent.[1] De Pakistaanse theoloog Sayyid Abul A’la Mawdudi legt het woord ‘ibadah uit met de termen verering, gehoorzaamheid, onderwerping, en dienst.[2]

In een Islamitisch catechetisch boekje zegt Gulam Sarwar, dat het rituele gebed, de betaling van aalmoezen, het vasten en de bedevaart de belangrijkste vormen van ‘ibadah zijn. ‘Ibadah heeft dus een sterk rituele connotatie. Het gaat om het nauwkeurig uitvoeren van voorgeschreven handelingen. Sarwar noemt drie voorwaarden om die rituele daden tot ware ‘ibadah te maken. Een moslim moet ze uitvoeren met als doel om God te behagen, hij moet ze regelmatig uitvoeren, en dat ook zeer nauwkeurig zoals voorgeschreven in de Islam. Hij voegt eraan toe dit de route is ‘naar succes en geluk in het leven na de dood.’[3]

Zou aanbidding in de Islam dan bedoeld zijn om het eeuwige geluk te ontvangen? In dat geval gaat aanbidding niet om de eer van God vanwege diens karakter en daden, maar om het welzijn van de gelovige.

Yusuf Ali, die een bekende Koranvertaling in het Engels produceerde, zegt over het vereren van God dat het vooral goed is voor de innerlijke geloofsopbouw van de moslim:
Als de verering uit ons diepte wezen komt, brengt dat ons in eenheid met de wil van God. Dan zien onze ogen alles wat goed, vreedzaam en harmonieus is. Kwaad, opstand en conflict worden uitgedelgd. Ze bestaan niet voor ons, want onze ogen kijken daar overheen in verering. Zulk gebed is voor onze eigen geestelijke opbouw, troost, en versterking.[4]
Die nadruk op de eigen geloofsopbouw is niet bepaald wat de orthodoxe Islam leert; evengoed klinkt het net zo utilitair als het prijzen van Allah vanwege de hoop op zegeningen in dit leven en in het hiernamaals.

Overigens zijn er natuurlijk ook moslims die op een wat andere manier omgaan met de verering van Allah. Voor veel moslims is Allah degene die ze aanbidden om zijn grootheid en goedheid, en om wie Hij is, niet om het gewin van een goed leven nu en na de dood. Maar het moet gezegd: dit lijkt niet de teneur van hoe de orthodoxe Islam over de verering van Allah spreekt.

Wat beogen christenen met het vereren van God?
In het christelijk geloof kennen we ook de verbinding tussen de verering van God en dienstbaarheid. De apostel Paulus zegt christenen dat ze zichzelf als heilig offer ten dienste van God moeten stellen; dat is hun eredienst. Gehoorzaamheid en het eren van God kunnen niet zonder elkaar. [5]

Woorden van verering hebben geen betekenis als ze niet worden gevoed uit een dienstbaar leven, en omgekeerd. Het gebed Uw wil geschiede is nauw verweven met de bede dat God’s naam geheiligd worde. Een Christen bidt Uw wil geschiede in de eerste plaats met het oog op zichzelf, omdat hij met zijn woorden en daden God’s wezen niet wil ontheiligen, omdat hij Hem als Koning wil dienen; kortom, omdat hij de wil van God wil doen.

De manier waarop we over eredienst spreken in verband met de wekelijkse samenkomst op zondag, komt ook wel wat overeen met hoe voor moslims ‘ibadah vooral op het correcte gebed in de moskee en op andere riten duidt.

Toch moeten we het verschil in visie op die begrippen niet onderschatten. Het is niet mogelijk om de motieven van elke christen afzonderlijk onder de loupe te nemen; in het algemeen kunnen we wel zeggen dat het historische Christendom altijd heeft onderstreept dat God de eer verdient omdat Hij Onze Almachtige en liefhebbende Vader is. We vereren Hem om wie Hij is, almachtig en liefdevol, en om zijn daden die een volmaakte weerslag van dat karakter zijn.

De Islam lijkt meer de nadruk te leggen op Allah’s eis dat men Hem eert, en op de beloftes die daaraan verbonden zijn. In het christelijk geloof is het ondenkbaar dat we God zouden vereren omdat dit moet of omdat we daar zelf beter van worden. Voor een christen zijn dat motieven die niet passen bij de eredienst aan God. Die is namelijk voor God, en voor Hem alleen.

[1] In Arabische persoonsnamen komen we dit woord ‘abd vrij vaak voor. De naam Abdallah, of Abdullah, is heel gewoon in de moslimwereld en betekent dus: dienaar van Allah.
[2] Sayyid Abul A’la Mawdudi,Towards Understanding the Qur’an, Vol 1, Surahs 1-3 (Translated and edited by Zafar Ishaq Ansari), (Leicester, 1988), p. 37.

[3] Gulam Sarwar, Islam: beliefs and teachings (London 1984), p. 15, 42, 76.
[4] Yusuf Ali (vertolker), The Holy Qur’an (Beirut), p. 14.
[5] Zie Romeinen 12:1-2.

zondag 2 november 2008

De Fatiha: Het gebed van de Islam (2) Waarom loven we God?

Surah Al-Fatiha:
1. In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
2. Alle lof zij Allah, de Heer der werelden
3. De Barmhartige, de Genadevolle
4. Meester van de Dag des Oordeels
5. U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp
6. Leid ons op het rechte pad,
7. het pad dergenen aan wie Gij gunsten hebt geschonken, niet dat van hen op wie toorn is
nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Introductie
Alle moslims kennen de eerste Surah van de Koran, de Fatiha (De Opening) uit het hoofd. Dit is het belangrijkste gebed in de Islam, en daarom leren we veel over de Islam door dit gebed te bestuderen. Daarbij helpt het om het ultieme christelijke gebed, dus het OnzeVader, als spiegel te gebruiken.

Lof aan God
Opvallend in de Fatiha en het OnzeVader, is dat ze beide, na God te hebben aangesproken, Hem eerst lof brengen. De Fatiha zegt in het Arabisch al-hamdu lillah, een term die velen wel bekend is. Letterlijk betekent dit: de lof [behoort] aan Allah. Christenen in de Arabische wereld gebruiken deze woorden ook vaak; ze zijn dus niet typisch Islamitisch. Ze worden vaak als als stopwoord gebruikt; als je iemand vraagt hoe het met hem gaat, is het gebruikelijke antwoord: al-hamdu lillah.

Uw naam worde geheiligd heeft op soortgelijke manier te maken met de wens van de Christen dat God de lof krijgt. Het is de wens dat God’s naam, dus zijn wezen, niet wordt onteerd, maar dat God alle eer krijgt om wie Hij is. Tussen de Fatiha en het OnzeVader bestaat dus overeenstemming wat betreft het besef dat de eer van God voor en boven alles hoort te gaan. Ook de vragen aan God dat zijn Koninkrijk kome en dat zijn wil geschiede, hebben te maken met het christelijke verlangen dat God de lof krijgt.

Welke prijzenwaardige kenmerken heeft Allah?
Er zijn verschillende redenen waarom het eren van Allah zo belangrijk is. In de context van de Fatiha, is de eerste reden dat Hij de Heer is van de werelden. Het heeft dus allereerst met zijn almacht te maken. Het Arabische woord voor werelden is in de pluralis, wat in de Arabische grammatika wil zeggen: het gaat om drie of meer werelden. Sommige moslims geven daarbij als commentaar dat het bijvoorbeeld zou kunnen gaan om de wereld van de mensen, de geestelijke wezen, en de toekomstige wereld. Anderen vermoeden dat deze meervoudvorm hier is gebruikt om te intensiferen; Allah is de Heer van werkelijk alle mensen en alle dingen, en daarom verdient Hij lof.

De verwijzing naar de barmhartigheid van Allah als aanleiding om Hem te loven, heeft wellicht ook vooral met zijn almacht te maken. De Arabische termen die met de Barmhartige en Genadevolle[1] zijn vertaald, kunnen beter vertaald worden met Weldoener, om het niet te verwarren met de christelijk visie op God’s erbarmen. In de Islam immers zijn Allah’s weldaden geen voortvloeisel vanuit zijn liefhebbende karakter, maar de willekeurige daden van de Almachtige.

De derde aanleiding die wordt gesuggereerd als reden voor het loven van God, heeft ook weer met zijn almacht te maken. Hij is de Meester van de Dag des Oordeels.[2] Een moslim beschrijft wat het betekent dat Hij Meester is van die Dag:
Op die dag zullen [alle machtige mensen] met zekerheid ontdekken dat ze machteloos zijn en vernederd, en dat Grootsheid, Macht en Gezag in hun geheel alleen aan Hem toebehoren. […] Niemand zal in staat zijn een mening te geven of een besluit uit te voeren zoals ze dat voorheen op aarde konden doen.[3]
De lof die Hem toekomt is dus vanwege zijn enorme macht. Wellicht is die lof in verband met de oordeelsdag ook een manier om Allah gunstig te stemmen. De Pakistaanse theoloog Sayyid Abul A’la Mawdudi zegt hierover in dit verband:
We moeten Hem niet alleen liefhebben omdat Hij ons voedt en onderhoudt en om zijn barmhartigheid en genade, maar we moeten Hem ook vrezen vanwege zijn rechtvaardigheid, en niet vergeten dat tenslotte ons geluk of onze ellende geheel van Hem afhankelijk is.[4]
Als we mogen aannemen dat Allah’s barmhartigheid en genade voor moslims ook duidelijk het aspect hebben van zijn oppermacht, kan je gerust zeggen dat de hele lijst van redenen die Mawdudi geeft, te maken heeft met Allah’s almacht als reden voor zijn lof.

Welke redenen voor het eren van God kennen Christenen?
In het algemeen zullen Christenen weinig moeite hebben met de redenen waarom Moslims Allah menen te moeten prijzen. Ook Christenen zijn onder de indruk van de oppermacht van God. Immers, we bidden: want van u is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid.

Een groot verschil is er ook; de heerlijkheid van God waarover het OnzeVader spreekt, is niet alleen een kwestie van almacht, maar vooral van God’s karakter. Dat behelst onder meer de term waarmee het christelijke gebed begint: Hij is onze Vader. Als Christenen God prijzen voor zijn almacht, doen ze dat in het kader van zijn Vaderschap. Zijn almacht is niet, zoals die van Allah, willekeurig, maar gekenmerkt doordat Hij onze liefhebbende Vader is.

Voor Christenen is het daarom mogelijk om te bidden dat het Koninkrijk van God spoedig komt en dat zijn wil zal worden gedaan op aarde; voor moslims is de Dag des Oordeels alleen maar vreeswekkend. Een verlangen naar die Dag is ondenkbaar voor wie God slechts kent in zijn almacht, maar niet als Vader.


[1] Het arabische werkwoord dat aan de begrippen voor Barmhartige ten grondslag ligt, is rahima, yirhamu. Vanuit het Hebreeuws kennen we het hetzelfde woord met globaal dezelfde betekenis.
[2] Het Arabisch voor het woord Meester is onduidelijk. Er zijn twee versies van de Fatiha in omloop. Sommige spreken over de Eigenaar van de Dag van het Oordeel, andere over de Koning van de Dag van het Oordeel. Een subtiel grammatikaal verschil, wat overigens laat zien dat de Koran niet altijd zo duidelijk onveranderd is als moslims graag doen voorkomen.
[3] www.muhajabah.com/islamicblog (27 October 2007)
[4] Sayyid Abul A’la Mawdudi,Towards Understanding the Qur’an, Vol 1, Surahs 1-3 (Translated and edited by Zafar Ishaq Ansari), (Leicester, 1988), p. 36.