maandag 17 januari 2011

'Altijd maar Jezus, kan het niet een onsje minder?'

Die apostel Paulus, had die nou nooit eens een goede cursus creatief schrijven kunnen volgen? Dan had hij geweten dat je niet al te lange zinnen moet schrijven. En ook dat je in een kort gedeelte niet steeds hetzelfde woord moet herhalen.

Neem nou de opening van 1 Korintiërs, de eerste 9 verzen. Negen keer maar liefst kom ik de woorden Heere Jezus Christus, Jezus Christus, Christus Jezus, Christus, Jezus Christus onze Heere tegen. Was dat nou nodig in zo’n kort stukje, zo vaak over de Jezus Christus spreken?

Je hoort soms wel mensen zeggen: ‘God, daar kan ik in geloven, maar dat eeuwige gedoe over Jezus in de kerk, daar heb ik niks mee.’

In dit korte gedeelte noemt Paulus de gelovigen in Korinthe ‘geheiligden in Christus Jezus’. Dat heeft, voor de goede theologische verstaander, een sterk voltooid verleden aspect. Heiliging is een voortgaand proces, maar de ‘transactie’ is toch eens en voor al voltrokken door de kruisdood van Christus. Toen je voor het eerst in hem geloofde werd die heiliging je deel. Dat heb je, oneerbiedig gezegd, alvast in je rugzak! Opvallend is dat Paulus zegt dat we die heiliging ‘in Christus’ hebben. Niet los van hem.

Paulus zegt ook dat de gelovigen genade is verleend, en hij spreekt dan over het spreken en de kennis van de Korinthiers. God heeft ze veel gegeven. Het ontbreekt ze aan geen enkele genadegave. Dat lijkt me een parallelle gedachte aan de woorden die Paulus hier ook gebruikt, dat ‘God u zal bevestigen’. Het gaat hier over wat de gelovigen in de onvoltooid tegenwoordige tijd meemaken. In ons leven geeft God ons alles wat nodig is. En die genade is ons gegeven ‘in Christus Jezus’.

En dan is er het toekomende aspect van de verlossing: ‘God zal u ook bevestigen tot het einde toe, zodat u onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heere Jezus Christus.’

Ons verleden, heden en de toekomst zijn veiliggesteld door Jezus Christus. Alles wat God ons wil schenken is beschikbaar als we verbonden zijn aan Jezus Christus. Vandaar dat God ons heeft geroepen ‘tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.’

Misschien is het dan ook weer niet zo vreemd dat Paulus hem keer op keer noemt en is zijn stilistische faut pas misschien wel precies zijn manier om te onderstrepen waar het allemaal om draait in het Christuslijke geloof.

2 opmerkingen:

Jan den Ouden zei

Iemand vroeg zich onlangs af of hij bij ons misschien in een sekte was terechtgekomen: "Al die overdreven aandacht voor Jezus, het gaat toch om God."
God en Jezus: absoluut onlosmakelijk. Naast de vele verklaringen op God die er bestaan is er maar een ultieme: "Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren Zoon heeft Hem doen kennen of, verklaard" (Joh. 1:18). Links, rechts of door het midden, we kunnen niet om Jezus heen.

Walter M. van der Wolf zei

Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Johannes 14:6