dinsdag 4 oktober 2011

Onopgeefbaar verbonden 4.

De brochure OV gaat verder. ‘Aangezien we Jezus als onze Verlosser belijden zijn we als gelovigen uit de volken geroepen gestalte te heben aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israel.’ Dit wordt niet geargumenteerd, maar geponeerd. De 'onderbouwing' met een verwijzing naar Romeinen 11 en de metafoor van de edele olijf vind ik zwak. Staat daar iets over gestalte geven aan verbondenheid met de staat Israel? Want dat is wat in de brochure steeds wordt bedoeld.

‘Die edele olijf is Israel’, wordt vervolgens geponeerd. Kan het korter door de bocht? Het is Israel. Dus de takken die zijn afgebroken zijn niet langer Israel? Ik snap echt niet dat de schrijvers zo kort door de bocht zijn. Ik ga nu niet in op de details van de metafoor, maar als mij iets duidelijk is, dan is het dat die edele olijf niet het volk of de staat Israel is – maar het in Christus gelovige deel van het volk Israel. De kleine groep Joden die Jezus volgt. Want het gaat om het deel van Israel dat niet door ongeloof (in Jezus) is afgebroken. Dat lijkt me toch een vrij logisch conclusie? Middelbare school tekstverklaren?

Paulus worstelt ook niet met de vraag waarom niet alle Joden geloven en behouden zijn, zoals de brochure suggereert. Hij legt juist uit hoe het zit. Er zijn gelovigen in Rome die daar mee worstelden, en Paulus helpt ze uit de brand. We hebben ook niet, zoals de brochure suggereert, als Jezus-gelovigen uit de heidenen samen met het uitverkoren volk deel gekregen aan het heil. Dit is zeer onnauwkeurig bijbelgebruik.

We hebben met het deel van Israel dat in Jezus gelooft, deel gekregen aan het heil. NIET met het hele ‘uitverkoren volk’. Of misschien toch wel? Misschien is alleen dat gedeelte van het volk dat in Jezus gelooft, uitverkoren volk. Dat is zeer precies wat Paulus in de Romeinenbrief betoogt. Met dat gelovige deel van Israel vormen de gelovigen uit de heidenen SAMEN het ene ware Israel; het ware volk. ‘Gij zijt een uitverkoren geslacht, een volk God ten eigendom’, zegt Petrus in zijn brief aan de gemeente van heidenen en Joden die Jezus volgden. Er is een nieuw Israel – een voortzetting van het oude, jawel. Er is continuiteit. Maar met toevoeging van gelovigen uit de heidenen.

We moeten niet hoogmoedig tegen het ongelovige Israel zijn, zegt de brochure. Helemaal mee eens! Daar hebben we geen enkele reden voor. We hebben alle reden tot dankbaarheid jegens het volk dat Christus in de wereld bracht. En ik voel me verbonden met het Jodendom. Maar op een heel andere manier dan me door deze OV brochure wordt opgedist.

4 opmerkingen:

KCB zei

Niet iedereen zal dit leuk vinden, maar er is geen speld tussen te krijgen. Netjes Jos.

Wim de Bruin zei

He Jos,
Kun je zelfs met de wortel van de olijfboom niet op Christus zelf duiden? Of gaat dat te ver?

Verder zijn er ook genuanceerdere visies die toch stellen dat Pls in Rom. 9-11 enigszins worstelt en ze niet allemaal op een rijtje krijgt.

Maar verder denk ik dat je weer een paar pijnpunten blootlegt.

Jos M. Strengholt zei

Ha Wim

Bij de wortels denk ik eerder aan Gods verbondsbeloften in hun algemeenheid. Maar aangezien Christus daarin de centrale persoon is, kan je zomaar gelijk hebben.

Misschien moet je zeggen: De wortel is de drie-enige God, die met zijn verbondsbeloften voor de groei van de boom heeft gezorgd?

Ik vind Paulus in Rom 9-11 eerder logisch dan worstelend. Maar wie kent het hart van de man...

J.P. van de Giessen zei

Rom. 11:1 Heeft God zijn volk verstoten? Volstrekt niet!
Rom. 11:2 God heeft zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten.

Lijkt mij een redelijk onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël