donderdag 12 september 2013

De Jezus van de gemeente-theologie


Theologen in de vorige eeuw hebben geprobeerd het Jezus-beeld van de bijbel pootje te lichten, door te beweren dat die Jezus van de bijbel niet de echte Jezus was, maar de ‘Jezus-van-de-kerk’. De leiders van de kerk zouden een beeld van Jezus hebben geschapen, aan het papyrus hebben toevertrouwd, en zo ontstond het beeld van een wonderdoener, zoon van God, derde persoon in de Drie-eenheid.

Op grond van dit soort overwegingen zijn allerlei dames en heren al een eeuw bezig een beeld van de historische Jezus te construeren. Een goed idee, maar volgens mij zijn deze mensen niet radicaal genoeg. We kunnen ons immers met geen mogelijkheid een betrouwbaar beeld van Jezus scheppen buiten de bronnen om die ons ter beschikking staat. De bronnen van de eerste kerk. Wat mij betreft, gooi al dat zoeken naar de historische Jezus gerust overboord. Als de bronnen van de eerste eeuw na Christus niet te vertrouwen zijn en de vroege kerk er zo'n potje van maakte, dan valt er geen echte Jezus uit te distilleren.

Maar wat voor mij als een paal boven water staat, en voor veel wetenschappers met mij, is dat het feit dat al onze kennis van Jezus via die eerste gemeente komt, dat Jezusbeeld niet diskwalificeert, maar juist bekrachtigt. Hoe hadden we het dan gewild? 21ste eeuwse ‘objectieve’ geschiedschrijving?

Wat we in het Nieuwe Testament en in de geschriften van de kerk van na het Nieuwe Testament bezitten, is een rijke schakering aan getuigenverslagen. Die zijn in het Romeinese Rijk wijd verspreid, al meteen in de eerste jaren na de dood en opstanding van Jezus. Er werd flink wat afgereisd tussen alle grote steden in die tijd.

Wat in Jeruzalem gebeurde was niet geisoleerd. De gemeenschap van 12, 120, 3000, 5000 en meer volgelingen van Jezus – waren voor een fors deel mensen die Jezus gekend hadden, en anders wisten ze wel Joden die Jezus hadden ontmoet. Alles kon geverifieerd.

De Joden in Jeruzalem en erbuiten konden bij duizenden getuigen de verhalen navragen – en die gemeenschap van ooggetuigen en kennissen van ooggetuigen heeft de herinnering aan Jezus nauwkeurig overgeleverd, opgeschreven, gecontroleerd, etc. Je kon maar niet zo een verhaaltje verzinnen en dan denken dat iedereen dat voor zoete koek slikte, en als je onzin verkondigde (zoals de Gnostieke bewewging in de tweede eeuw) dan kon je rekenen op verzet van de gemeenschap rond Jezus en hun volgelingen.

De collectieve herinnering van die eerste gemeenschap van gelovigen – en dat was dus een grote gemeenschap – presenteert Jezus aan ons. Wat mij betreft is er geen ontkomen aan de keus: Die gemeenschap was een stel goedgelovige domoren of die gemeenschap was betrouwbaar met zijn collectieve getuigenis. Het zal duidelijk zijn, ik kies voor die laatste optie. Lees het Nieuwe Testament op een onbevangen manier en je ziet dat hier op een consistente manier over Jezus wordt gesproken. En er wordt ook niet geprobeerd een ideaalbeeld van de eerste christengemeenschap te geven. Integendeel, het is door-en-door eerlijk en gericht op waarheidsgetrouw zijn.

Het is juist omdat ons Jezusbeeld uit die gemeenschap komt, dat ik het vertrouw. De kans dat een grote gemeenschap van duizenden mensen uit die tijd ons zomaar iets op de mouw spelt, is erg onwaarschijnlijk. Ze gingen ervoor door het vuur.

Overigens… voorgaande gedachtenspinsels hebben ook invloed op mijn visie op ‘Schrift’ en ‘Traditie’. Ons geloof is verankerd in de traditie. Aan die traditionele gemeenschap danken we de geschriften die getuigenis afleggen van het geloof van die gemeenschap. De inhoud van die geschriften uitspelen tegen de gemeenschap waaruit ze voortkomen zou eigenaardig zijn. De term ‘sola scriptura’ is daarom ook beslist eenzijdig, en die scriptura kan nooit buiten de gemeenschap van de kerk worden begrepen.

2 opmerkingen:

Miller zei

Een belangrijk onderwerp. Maar die vreselijke teller Jos, kun je die niet weghalen?
Knap hoe je de term gemeente-theologie neutraliseert. We zijn dan ook een apostolische kerk. Van jou geleerd. :-)

Anoniem zei

Of de evangeliën een betrouwbaar beeld van Jezus schetsen zou ik niet zomaar durven stellen, dat laat ik gaarne over aan academici. Wel is het beeld aan het verschuiven. In de 19e eeuw was de wetenschappelijke wereld ervan overtuigd dat er een grote kloof gaapte tussen Jezus van Nazareth (de 'historische' Jezus) en Jezus Christus (de 'Christus van het geloof). Op die manier namen de heren (het waren allemaal mannen) historici Jezus eigenlijk ook een beetje in bescherming. Men was van mening dat Jezus zichzelf nooit de Zoon van God kon hebben genoemd - men vond dat immers buitengewoon onbescheiden - dus moesten de apostelen deze woorden maar in Zijn mond hebben gelegd. Tegenwoordig wordt door een aantal vooraanstaande wetenschappers aangenomen dat Jezus beschikte over een hoog zelfbewustzijn/ messiaans bewustzijn en zichzelf dus de Zoon heeft genoemd of in ieder geval bij zijn volgelingen de verwachting heeft gewekt dat Hij de Zoon zou zijn geweest. Het getuigd overigens van grote zelfingenomenheid als onderzoekers al van te voren vaststellen dat Jezus geen messiaans bewustzijn zou mogen bezitten. In de - wat de wetenschappers aanduiden met de - "oudste lagen" van de Nieuwtestamentische boodschap (het Kerygma, Q etc.) treft men reeds een messiaans bewustzijn aan van Jezus. Er is overigens wel sprake van enige gemeente-theologie in het NT. Er wordt bijv. algemeen aangenomen dat de farizeeën negatiever worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid waren en zo zijn er nog wel een paar voorbeelden te noemen.