Onder moslims in de arabische wereld wordt de laatste maanden stevig discussie gevoerd over de vraag of Mickey Mouse nu wel of niet moet worden vermoord. De bekende Saoedische schrijver en TV-persoonlijkheid sjeik Mohammed al-Moenajid verklaarde in augustus van dit jaar dat muizen de soldaten van satan zijn, en dat ‘volgens islamitisch recht, Mickey Mouse, waar hij ook wordt gevonden, moet worden gedood’.
De kwestie van Mickey Mouse wekte in de Arabische wereld zo op de lachspieren van de meeste moslims, dat sjeik al-Moenajid beweerde dat zijn woorden uit hun verband waren gerukt en dat ze door kwaadwillende zionisten waren verdraaid. Hij verklaarde hij dat hij nooit een fatwa had uitgevaardigd voor de moord op Mickey Mouse. Maar helaas voor hem, hij had het echt op TV gezegd, en diverse organisaties hebben zijn woorden via het internet en via TV verspreid.
Heel wat islam-geleerden zijn al-Moenajid te hulp gekomen. In een interview met het Saoedische dagblad al-Jazirah, zei Yousuf bin 'Abdallah Al-Ahmad, een professor in Islamitisch recht aan de Al-Imam Muhammad Ibn Saud Universiteit, dat hij kwaad is op de ‘hypocriete moslims’ die met het westen meedoen aan het verdraaien van de woorden van islamitische geestelijken met als doel die belachelijk te maken. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben; onder liberale moslims bestaat veel afkeer tegen de traditionele geestelijke gezaghebbers.
De vraag is natuurlijk of al-Moenajid zichzelf niet belachelijk heeft gemaakt. Sami Al-Behiri, een Egyptische schrijver, vroeg zich op e-magazine Elaph af: ‘Heeft sjeik al-Moenajod niet de moeite genomen zich af te vragen waarom Allah muizen schiep als die zo slecht zijn en moeten worden gedood? En zelfs als dat zo is, wat hebben denkbeeldige cartoonmuizen daarmee te maken?’
Al-Behiri is bovenal onstemd over de stroom van fatwas over allerhande onderwerpen. ‘De vloed aan fatwas die ons de afgelopen jaren heeft aangevallen, is een stormloop tegen het leven en tegen alles wat goed is en wat ons leven vreugde geeft. De dwingende conclusie van deze zelfhaat is dat we maar beter een band met explosieven om ons middel kunnen binden, om verlost te worden van onze droevige levens.’
De Egyptische moefti, Ali Gumaa, riep naar aanleiding van deze affaire op, om nu eens te stoppen met het uitvaardigen van dit soort bizarre fatwas. Hij wil een formele organisatie opzetten die de juistheid van fatwas moet vaststellen. Gaat de soennitische Islam daarmee in de richting van het instellen van een magisterium zoals het Vatikaan dat kent?
Er moet ook wel wat gebeuren; in de Arabische media wordt breed besproken hoe mensen als al-Moenajid met hun fatwas de Islam wel erg beroerd doen overkomen. ‘De Islam is niet langer gericht op het hart en de ziel, maar houdt zich bezig met de vraag hoe je fatwas moet schrijven over Mickey Mouse en hoe je Mickey wettig kan vermoorden’, merkt de Syrische dichter Adonis schamper op.
Dit artikel stond op 20 december 2008 in het Nederlands Dagblad
(c) Jos M Strengholt
zondag 30 november 2008
Troost troost mijn volk
De Heer God biedt ons troost en hoop; Hij wil ons vreugde geven.
Hij vult met vreed’ en blijdschap, de dagen van ons leven.
Het licht wint van de duisternis; Hijzelf staat daarvoor pal.
Want Hij belooft dat Hij aan ons nieuw leven geven zal.
In de woestijn is Hij er bij; Hij weet hoe droog ‘t daar is.
Hij kent de honger en de dorst; ervaart uw droefenis.
Teneergedrukt of in de put; Hij steunt ons elk moment.
Denk nooit dat van uw smarten, Hij niet de diepte kent
Onz’ zonden heeft hij uitgedelgd; vergaf ze door het kruis.
Wie Hem gelooft kent veiligheid: hij hoort bij God nu thuis.
De grootste schat die Hij ons geeft, wat ons het beste schraagt
Is dat Hij heel dicht bij ons is, als Vader die ons draagt.
Zijn Zoon leidt als een herder ons, ook in het zwaarste uur
Hij gaat ons voor door de woestijn als een kolom van vuur.
En Zijn aanwezigheid in ons bestaan geeft ons de zekerheid
Dat Hij ons krachtig en vol liefd’, naar ‘t land van vrede leidt.
Zijn Heil'ge Geest woont in ons hart; Hij is dus zeer nabij;
O mens in nood, ziehier uw God, Hij staat dicht aan uw zij.
Drie-enig God, Vader, Zoon, en Geest, Hij geeft ons brood en wijn;
Als voorproefje van d’eeuwigheid, waar wij geborgen zijn.
Saffron Walden, 29 november 2008, bij Jesaja 40 en Markus 1
(c) Jos M. Strengholt
Hij vult met vreed’ en blijdschap, de dagen van ons leven.
Het licht wint van de duisternis; Hijzelf staat daarvoor pal.
Want Hij belooft dat Hij aan ons nieuw leven geven zal.
In de woestijn is Hij er bij; Hij weet hoe droog ‘t daar is.
Hij kent de honger en de dorst; ervaart uw droefenis.
Teneergedrukt of in de put; Hij steunt ons elk moment.
Denk nooit dat van uw smarten, Hij niet de diepte kent
Onz’ zonden heeft hij uitgedelgd; vergaf ze door het kruis.
Wie Hem gelooft kent veiligheid: hij hoort bij God nu thuis.
De grootste schat die Hij ons geeft, wat ons het beste schraagt
Is dat Hij heel dicht bij ons is, als Vader die ons draagt.
Zijn Zoon leidt als een herder ons, ook in het zwaarste uur
Hij gaat ons voor door de woestijn als een kolom van vuur.
En Zijn aanwezigheid in ons bestaan geeft ons de zekerheid
Dat Hij ons krachtig en vol liefd’, naar ‘t land van vrede leidt.
Zijn Heil'ge Geest woont in ons hart; Hij is dus zeer nabij;
O mens in nood, ziehier uw God, Hij staat dicht aan uw zij.
Drie-enig God, Vader, Zoon, en Geest, Hij geeft ons brood en wijn;
Als voorproefje van d’eeuwigheid, waar wij geborgen zijn.
Saffron Walden, 29 november 2008, bij Jesaja 40 en Markus 1
(c) Jos M. Strengholt
dinsdag 25 november 2008
Egyptische christenen gearresteerd na onlusten
De Egyptische politie heeft 50 Koptische christenen in Tayibba gearresteerd nadat er onlusten waren uitgebroken tussen moslims en christenen. De aanleiding voor de onlusten was een morele overtreding tijdens een islamitische uitvaart.Het optreden van de politie heeft tot verontwaardiging geleid onder de christelijke gemeenschap, aangezien niet de moslims maar de christenen het slachtoffer zijn van het geweld: hun winkels worden geplunderd en hun huizen worden bekogeld.
De onlusten begonnen na een islamitische uitvaart op 4 november. De uitvaartstoet passeerde een christelijke jongen van 14 die tijdens het voorbijgaan op zijn ezel bleef zitten. Volgens de islamitische beleefdheidsnormen moet iedereen die langs een begrafenisstoet komt, respect betuigen door af te stijgen.
Na de uitvaart keerden de moslims zich tegen de christelijke gemeenschap en begon het geweld. De politie ondernam pas enkele dagen later actie door christenen te arresteren ‘om de vrede te herstellen’.
Leiders van de christelijke gemeenschap verklaren dat de christelijke jongen, die de aanleiding was voor de onlusten, niet op de hoogte was van de beleefdheidsnormen.
donderdag 20 november 2008
Jos even in Nederland
zaterdag 8 november 2008
Papias - leerling van leerlingen van de apostelen
Papias heeft naar het lijkt de woorden en daden van Jezus opgetekend uit de mond van de generatie die de apostelen gekend heeft. Van die vijf boeken is niets over behalve enkele fragmenten bij Irenaeus en Eusebius. Er zijn nog wat fragmenten bij latere schrijvers, maar die zijn dubieus qua historiciteit. HIER het geheel van de fragmenten.
Eusebius (Kerkgeschiedenis, iii.39) citeert Papias:
Ik ben niet onwillig om op te schrijven, vergezeld van mijn interpretaties, elke instructie die ik met zorg te eniger tijd heb ontvangen van de presbyters, en die ik met zorg in mijn geheugen heb bewaard, zodat je daardoor overtuigd kan zijn van hun waarachtigheid. Want ik schiep geen behagen, in tegenstelling tot de meesten, in degenen die veel spraken, maar in degenen die de waarheid vertelden; noch in hen die vreemde geboden verkondigen maar in hen die de de geboden overdroegen die waren gegeven voor de Heer tot geloof, en die voortkwamen uit de waarheid zelf. Als dus ook maar iemand kwam die naar de presbyters had geluisterd, vroeg ik nauwgezet naar hun uitspraken – wat Andreas of Petrus had gezegd, of wat was gezegd door Philippus, of door Thomas, of door Jakobus, of Johannes, of Mattheus, of bij elk van de andere discipelen van de Heer; wat voor zaken Aristion en de presbyter Johannes, de discipelen van de Heer, zeggen. Want ik stelde me voor dat wat ik uit boeken kon leren niet zo nuttig voor me was, als wat ik ontving van de levende en blijvende stem.In datzelfde gedeelte zegt Eusebius ook:
Papias […] bevestigt dat hij de uitspraken van de apostelen heeft ontvangen van degenen die hen vergezelden, en hij bevestigt dat hij persoonlijk Aristion en de presbyter Johannes heeft gehoord. [ed: die Johannes zou door de apostel Johannes zijn aangesteld.] Vervolgens noemt hij hen vaak bij name, en in zijn geschriften geeft hij hun tradities.Opvallend, hoe belangrijk de nauwkeurige overdracht van de feiten wordt gevonden. Er circuleerden al veel boekjes van de apostelen zelf, er waren al heel wat brieven van degenen die metgezellen van de apostelen waren, maar de generatie daarna maakte zich even bezorgd over de nauwkeurige overdracht van de woorden en daden van Jezus. Me dunkt dat we op z’n minst kunnen constateren dat er sprake was van grote continuiteit.
Een paar andere interessante gegevens die we aan Papias te danken hebben, geciteerd door Eusebius: [Eusebius, iii.39]
1) De apostel Philippus woonde met zijn dochters in Hierapolis. Papias heeft die dochters gesproken, die hem over twee wonderen vertelden. De eerst was van een man die uit de dood opstond, en het tweede was van ene Justus Barsabas die dodelijk gif dronk maar geen enkele schade ondervond.
2) Over het Markus-evangelie weten we dit:
[Papias zei daarover het volgende:] En de presbyter [Aristion? Johannes?] zei dit. Markus was de tolk van Petrus geworden., en schreef nauwkeurig op wat hij zich herinnerde. Dat was echter niet in de exacte volgorde van de woorden of daden van Christus. Want hij had de Heer noch gehoord noch begeleid. Maar daarna, zoals ik zei, begeleidde hij Petrus, die zijn instructies aanpaste aan de noodzaak van de toehoorders, maar zonder de bedoeling om een geregeld verhaal van de woorden van de Heer te geven. Markus maakt dus geen vergissing door zo te schrijven als hj het zich herinnerde. Hij zorgde er speciaal voor dat hij niets wegliet dat hij had gehoord, en ook dat hij niet onwaars aan de uitspraken toevoegde.3) Over het Mattheus-evangelie zegt Papias:
Mattheus verzamelde de uitspraken van de Heer in de Hebreeuwse taal, en een ieder legde die zo nauwkeurig mogelijk uit.Overigens, Eusebius zegt dat Papias 'een man van een kleine verstandelijke capaciteit' was. Het lijkt erop dat Eusebius zich vooral verzette tegen een chiliatische visie die via Papias en Ireneaus in de kerk werd verspreid, vooral in het oosten van het Romeinse rijk. In hoeverre Papias inderdaad chiliastische ideeen had, is onduidelijk; in ieder geval zegt Eusebius:
Onder meer zegt [Papias] dat er een millennium zal komen na de opstanding der doden, wanneer het persoonlijke bestuur van Christus zal worden gevestigd op aarde.[Eusebius, iii.39]Eusebius schaart deze traditie onder wat hij noemt zaken van een meer fantastische aard. Zo zou Papias ook een aantal vreemde gelijkenissen en instructies van de Heer hebben genoteerd in zijn boeken. Eusebius zal dit wel correct hebben gezien; ik denk dat Papias inderdaad iets dergelijks over het millennium zal hebben gezegd. Wij kunnen dat niet nagaan omdat de boeken er niet meer zijn, maar Eusebius verwijst zijn eigen lezers naar die boeken van Papias, om het zelf nog eens wat nauwkeuriger te kunnen bestuderen. Jammer dat we die boeken niet meer hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)
