

Konden de Egyptenaren dat niet bedenken toen ze hun huizen bouwden? Wel, nee eigenlijk. Want de geschiedenis van Egypte nam een enorme wending kort nadat mijn huis werd gebouwd. Dit huis, de ‘Villa Ibrashi’, dateert van voor 1902; in dat jaar werd onder leiding van de Britse koloniale heersers een dam in de Nijl gebouwd bij Assoean. Dat maakte een eind aan de jaarlijkse overstroming van het Egyptische land. De landgoederen rond het huis waar ik woon stonden tot 1902 jaarlijks tussen juni en september onder water door de regens in Ethiopië. Om het huis droog te houden werd het een meter boven het maaiveld aangelegd. We moeten dus een trap op om binnen te komen.
Voor Egypte waren die overstromingen een zegen; als het water zich terugtrok bleef elk jaar een nieuwe laag zwarte aarde achter, goed voor het land. Maar de dam was nodig om het land het hele jaar te kunnen bewerken en om elektriciteit te kunnen opwekken. Vanaf 1902 heeft mijn huis nooit meer meegemaakt dat het land eromheen blank stond.
In de natte tijd stond het huis met het fundament in het water, maar in de droge tijd zakte het grondwaterniveau weer zo dat het fundament weer kurkdroog kon worden. Tegenwoordig staat de fundering permanent in het grondwater. Altijd nat dus. Dat op zich is nog te lijden.
Maar Egypte kan sinds 1902 twee keer zoveel oogsten binnenhalen als voorheen, en dat deed het met enthousiasme. Daardoor werd het land nogal uitgeput, en al jaren wordt stevig met kunstmest gestrooid. Ons huis staat dus permanent in grondwater vol nitraat. Is het een wonder dat dit water omhoog kruipt en dat het zout mijn muren molt?

Dus als ik naar die @#$% muren in mijn huis kijk, besef ik met vreugde: ik maak deel uit van de geschiedenis van Egypte. Wieg van de beschaving. En ik lig er in, als het ware.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten