
In 325 was Constantijn degene die het Concilie van Nicea bijeen liet komen, omdat hij het onaanvaardbaar vond dat de Kerk verdeeld was. Een sterk Rijk had een sterke Kerk nodig, en die kon niet verdeeld zijn, meende hij. Hij was overigens van mening dat de onorthodoxe visie van Arius (‘De Zoon was het eerste schepsel van God’) door de kerk moest worden aangenomen, maar de grote meerderheid van de bisschoppen weigerde dat resoluut; ze wilden zich aan de Bijbel houden zoals uitgelegd in de overgeleverde theologie, door te belijden dat de Zoon ongeschapen was en wat betreft goddelijkheid gelijk aan God de Vader.
Door Lactantius en Eusebius werd de keizer geëerd als de eerste christelijke keizer die het christendom enorm heeft geholpen. Inderdaad leidde zijn besluit om het christendom de volle vrijheid te geven, gecombineerd met zijn eigen keus voor het christelijk geloof wat leidde tot zijn doop in 337, tot een snelle popularisering van het christelijk geloof in het Rijk. Op 21 mei wordt trouwens ook Constantijn’s vrome moeder Helena herdacht.
1 opmerking:
1 Joh. 2:18-19
Een reactie posten