maandag 13 september 2010

Olieboren BP dreiging voor archeologie Libie

Libie is een paradijs voor toeristen, met Romeinse archeologie zo wondermooi. Italianen hebben dit al lang geleden ontdekt maar Nederlanders trekken nog niet in drommen naar het land dat bekender is om zijn vreemde leider dan om zijn schoonheid. De Engelse krant de Independent waarschuwde gisteren tegen plannen van British Petrol om bij de kust van Libie naar olie te gaan boren, omdat hierdoor de fragile archeologie gevaar loopt. De boormachines in de Golf van Sirte gaan dieper dan die in de Golf van Mexico. Zal BP veiliger te werk gaan? In de Golf van Sirte ligt vijf meter onder zeeniveau de oude haven van Apollonia. Twee andere Wereld Erfgoed archeologische juweeltjes liggen dichtbij.

Claude Sintes, directeur van het Museum van Ancient Arles in Zuid Frankrijk en directeur van de Franse archeologische missie die in Libie onderzoek doet onder water, is zeer bezorgd over mogelijke schade aan de oudheden. Langs de Libische kust liggen bovendien tienduizenden wrakken van schepen uit de Romeinse tijd – en meestal nog niet eens in kaart gebracht. Niemand weet hoeveel schade er ontstaat door BP's drilboren onder water.

Extra problematisch is dat Libie weinig ervaring heeft in het toezicht houden op de mogelijke risicos van boren onder water en het is samen met Kroatie het enige land aan de Middellandse Zee dat geen noodplannen heeft klaarliggen voor het geval er sprake is van een olieramp, zegt de Wall Street Journal.

Een nieuw BP project in de Golf van Sirte is niet het enige gevaar voor de oudheden van Libie. ‘Oude vindplaatsen worden met bulldozers gelijk gemaakt omdat de locatie aan de kustlijn zo waardevol is”, zegt Dr. Nic Flemming, een Britse archeoloog, aan de Independent. "Landen tekenen vedragen voor de bescherming [van zulke vindplaatsen], maar als iemand met een zak geld langs komt en zegt dat hij een hotel wil bouwen en banen scheppen, dan zijn die verdragen snel vergeten.”

zondag 12 september 2010

Ruard Ganzevoort wil tolerantie en respect: Voor wat en wie?

Op zijn blog schrijft Ruard Ganzevoort, naar aanleiding van Geert Wilders' herhaalde pogingen om de Islam uit het veld van 'religie' in dat van 'politieke ideologie' te trekken:
Mensen mogen allerlei politieke ideologieën afleiden uit hun religie (of het ontbreken daarvan), maar in onze plurale samenleving zijn tolerantie, respect en democratische grondrechten de onopgeefbare kaders. Daar zal het debat over moeten gaan, niet over de retorische en zinloze vraag of de Islam een religie of een politieke ideologie is.

Daarmee ben ik het van harte eens. De Islamdiscussie lijkt de discussie die veel belangrijker is, te hebben 'gekidnapt'. Dat is de veel meer algemene vraag over hoe we als samenleving van minderheden met elkaar omgaan. De Islam is jandoppie niet de enige minderheid. We hebben hindoes, heidenen, evangelischen, Surinamers, Refos, homos, Groningers, Limburgers, boedhisten, mannen, vrouwen, ouderen, jongeren, GroenLinks, SGP, roodharigen, kalen, lui met Down syndroom, professoren, Nigeriaanse charismatischen, vrijgemaakten, mensen voor winkels open op zondag. En ga zo maar door.

De discussie hoe we een harmonieuze, sterke, zorgzame samenleving kunnen zijn ondanks al die verschillen, is veel te belangrijk om te laten wegdrukken door een continue gedram over de Islam. Alsof dat de enige en belangrijkste minderheid in Nederland is.

Ganzevoort suggereert als parameters voor zo'n samenleving: tolerantie, respect en democratische grondrechten. Voor een vruchtbare nationale discussie lijkt het me inderdaad goed om aan de ene kant te spreken over de 'morele' kant en aan de andere zijde de 'juridische' kant. Die zijn beide nodig. Maar gaat het om tolerantie en respect? Tolerantie lijkt me sowieso een pejoratieve term. Je tolereert toch alleen datgene of diegene op wie je neerkijkt? Respect vind ik een even moeilijke term. Wie of wat moet ik respecteren? Waarom? Zijn hiervoor 'nationale' criteria te verzinnen?

zaterdag 11 september 2010

Wat Wilders in Amerika over Kopten zei, is onwaar

Er zijn veel dingen waar ik geen verstand van heb. Over de toespraak van onze Geert Wilders in New York zal ik dus weinig zeggen. Maar hij doet een uitspraak over de Egyptische christenen waar ik wel wat van weet. Geert Wildert zei in NY, lees ik op zijn website:
the oldest Christians in the world, the Copts, are not free to renovate their churches, let alone to build one in Egypt.

Ik ga er maar van uit dat wat Wilders verder zegt van een hoger feitelijk gehalte is dan deze uitspraak, maar hij heeft enorm ongelijk. Even los van zijn rare Engels waarin hij beweert dat de Kopten de oudste christenen op aarde zijn (ze worden gemiddeld beslist niet zo oud als Nederlandse christenen), wat hij zegt over kerkbouw klopt echt niet. Ja, het is waar dat de Kopten niet de vrijheden hebben die we in Nederland gewend zijn. Maar ze bouwen echt enorme kerken, met toestemming of zonder toestemming van de overheid. Dus Wilders, over de Kopten heb je het helemaal mis.

Lesgeven in King Mariott

Gisteren en vandaag was ik in het plaatsje dat luistert naar de wonderlijke naam King Mariott, tegen het noordwesten van Alexandrie aangeplakt. Traditioneel was dit een plek waar steenrijke Alexandrijnen enorme villas en landgoederen hadden. Wat een smerige bende zijn de straten door. Mijn arme auto leverde een topprestatie, door water, over keien, echt niet normaal.

Nu wonen er veel mensen die in Libie hun geld verdienen en het in King Mariott uitgeven. Op het terrerin van een van de oude villas is nu een enorm christelijke conferentieoord, luisterend naar de aparte naam 'Villa Patty'. Daar hielden we als Alexandria School of Theology deze dagen onze conferentie met 200 studenten.

Ik gaf les over 2 Clemens, de Brief van Polycarpus en het Martelaarschap van Polycarpus. We hadden in de klassen prima discussies. Ik hoop vooral dat de studenten zich in de oorspronkelijke teksten van de Apostolische Vaders gaan verdiepen, omdat er zoveel te leren valt.

Met een aantal studenten heb ik afgesproken dat we gaan werken aan nieuwe vertalingen in het Arabisch op grond van de Griekse grondteksten. Daarom ga ik binnenkort ook eens praten met het Koptische Patristische Centrum, waar ze ook boeken van dit soort vertalen en uitgeven. Hier een paar fotos van de lessen en het samen eten.

vrijdag 10 september 2010

Hoe een 16-jarig jochie zijn Vader vond

Hij was 16 jaar oud en zat met een bak pinda’s voor de TV. Eigenlijk keek hij nooit naar de EO, daar had hij niks mee. We schrijven het jaar 1975 – toen de EO op prime-time nog Billy Graham films uitzond. Er was waarschijnlijk niks beters op TV, dus, nou ja, dan maar een film op de EO.

Voor het begin van de film had hij, weliswaar gereformeerd synodaal, geen enkele interesse in of neiging tot christelijk zijn. Hij had er geen boodschap aan. Na de film wist hij : dit is voor mij, dit wil ik ook! De volgende dag stapte hij op school naar een paar aardige klasgenoten en vroeg: mag ik met jullie mee naar Youth for Christ? Ze keken hem aan of ze het in Keulen hoorden donderen.

Toen ik 13 was overleed mijn vader, Daniel Martinus Strengholt, na een lange strijd tegen kanker. Jongetjes van 13 moeten geen vader verliezen. De verschrikking van de eenzaamheid daarna was groot. En ook het gevoel: ik kan nooit meer praten met hem, nooit meer mijn kleinejongetjes boosheden en opstandigheid goedmaken. Mijn vader was weg. Voorgoed. Dat zorgde voor veel, veel treurige avonden, alleen op mijn kussen. Geen vader die voor me zorgt als ik hem nodig heb... Had ik maar meer met hem gepraat. Was ik maar liever voor hem geweest... En dan die steeds maar terugkerende 'waarom' vraag.

Wellicht om mijn hoofd met andere dingen dan dit soort ellende te vullen, besteedde ik veel tijd aan sport. Ik volleybalde bij Olympia (nu Sovoco) in Soest, en kon dat leuk. Ik speelde in het eerste team (3de divisie) met mijn club – dus tweemaal trainen en eenmaal spelen per week, met allemaal oudere kerels. Ik zat in het schoolteam van het Corderius College in Amersfoort, dus wekelijks trainen en soms ook wedstrijden en toernooien. En ik speelde in het jeugdteam van het district Eemland. He! We werden vierde van Nederland! Maar inussen, die eenzaamheid. Het missen van mijn vader... Schuldgevoelens...

De EO-film Time to Run ging over een jongen die een beroerde relatie met zijn vader had; dat kwam weer goed Iin dit geval binnen 70 minuten) toen hij God als zijn Vader leerde kennen. Lekker romantisch en een typische christelijke film voor die tijd. Maar het was precies wat ik nodig had. Het ging over vergeving, de relatie met je vader, en over een Hemelse Vader! En de jongen in de film die christen werd, kreeg er een hele groep vrienden bij die allemaal mooi konden zingen en gitaar spelen. :-)

Dat wilde ik! God als Vader leren kennen. Een Vader die voor me zorgt. Vergeving voor van alles en nog wat – inclusief wat ik zelf met mijn aardse vader zelf nooit meer goed kon maken.

Die avond begon ik in mijn tot dusver ongeopende bijbel te lezen, alleen op mijn kamer. De volgende dag stapte ik naar die YFC-meisjes uit mijn klas. Een van hen was Lies Heringa. (Lies? Waar ben je? Onvindbaar op internet met die achternaam...) Ik weet nog waar ik stond toen ik vroeg of ik met ze meekon! Ik ging mee, en het was precies wat ik nodig had. (al was het zingen en het gitaarspel beslist minder gepolijst dan in de film) Op de 'waarom-vraag' kreeg ik nooit antwoord. De vraag was plots niet boeiend meer, toen ik me veilig in God's Vaderarmen wist.

Sindsdien nooit een dag spijt gehad. Hoe zou ik mijn Heer kunnen loslaten, die me 35 jaar lang nooit minder gaf dan hij beloofde?