vrijdag 18 oktober 2013

Jezus en Mina, goede vrienden

Jezus, de Verlosser, staat naast de heilige Mina. Die Mina was een bijzondere jongeman. Hij is maar 24 jaar oud geworden (285-ca. 309) omdat hij als Egyptische soldaat in het leger van Rome zijn geloof in Jezus niet wilde loslaten. Dus werd hij door die Romeinen gedood. Ja, zo ging dat toen. Maar ook na zijn dood bleef Mina een bijzonder iemand, want gelovigen in de oudheid getuigden er vaak van dat als ze hem om voorbede hadden gevraaagd, de Heer hun gebeden met wonderen verhoorde. Ik kan natuurlijk wel aan u, lieve lezer vragen voor me te bidden, en dat vraag ik ook graag, maar als je weet dat iemand dicht bij de Heer zijn behuizing heeft, en nog wel een martelaar, dan heb ik graag diens voorbede. Ik kan dat wel gebruiken. 

Wat ik zo mooi aan deze ikoon vind, is hoe Jezus zijn vriend Mina aan de rechtkant heeft staan – de ereplaats. En zoals dat hoort op ikonen, Jezus is wel iets voornamer afgebeeld, maar eigenlijk maar nauwelijks. En zie die hand van Jezus op de schouder van Mina. Het zijn vrienden, en Jezus laat dat duidelijk merken.

Wat zou Jezus net tegen Mina hebben gezegd? ‘Hou het vol, makker, nog even en je komt bij me wonen?’ Of ‘Welkom hier, wie zijn geloof trouw blijft als jij, is voor eeuwig mijn vriend?’. Misschien zegt Jezus hem wel, ‘ik ben er ook doorheen gekomen Mina, en in je donkerste uur, weet dan dat ik snap hoe moeilijk het is.’

Jezus en Mina zijn vrienden. De iconograaf die in de zesde eeuw dit ikoontje van 30x30 cm maakte, woonde waarschijnlijk in het klooster van Bawit in Midden Egypte. Daar is de ikoon in elk geval gevonden. In die tijd hadden de Kopten veel te lijden van de Byzantijnse Romeinen die het maar niet konden velen dat de Kopten hun theologische visie op de goddelijkheid en de menselijkheid van Jezus niet wilden accepteren. 

Jezus draagt het Evangelie bij zich. Nu hoeft hij dat natuurlijk niet te doen, want hij heeft dat boek niet echt nodig - hij is het Levende Woord.  Wil de iconograaf uitdrukken dat de Byzantijnen wat hem betreft de pot opkunnen, en dat de Koptische visie op Jezus de 'evangelische' visie is? 

De Byzantijnen meenden dat de Kopten niet voldoende rekenschap gaven van de menselijkheid van Jezus.  Opvallend dat deze Koptische iconograaf Jezus juist zo menselijk afbeeldt, Jezus als degene die dichtbij ons is als vriend. 

Een vriend legt af en toe zijn hand op de schouder van zijn naaste; ‘Hoe gaat het nu met je? Ik ben bij je hoor, ook als je door donkere dagen gaat.’. En een vriend zegt, op zijn tijd, ‘Kom op, dat heb je niet goed gedaan, dit kan je beter…’ Maar in alle gevallen geeft Jezus ons het voorbeeld; hij is de beste vriend en houdt ons vast in onze donkerste uren.

Kijk, dat een Fransman dit ikoon vond in Bawit en het mee naar Frankrijk nam, dat is dan weer minder. We kunnen dit ikoon van Jezus en Mina in het Louvre bewonderen. Mina werd gedood door de Romeinen, de iconograaf werd vervolgd door de Byzantijnen, en het ikoon werd gejat door de Fransen. Zo was Egypte altijd een speelbal van de grootmachten; zo was de Egyptische kerk altijd de dupe.

En toch heeft de Egyptische Kerk altijd volgehouden dat in barre tijden, Jezus als een vriend terzijde staat. Hij is onze hoop in bange dagen.

zaterdag 12 oktober 2013

Serie preken over Paulus' Tweede Brief aan Timotheus

Ik ben met mijn gemeentes in Heliopolis begonnen aan een prekenserie over II Timotheus.  Het is altijd weer een avontuur om een hele brief door te werken in een reeks preken, want het dwingt je om je stokpaarden maar even los te laten. Hier de hele preek over 2 Tm 1

Zoals mijn preek over II Timotheus 1

Paulus schrijft Timotheus, een kerkleider in Efeze.  Paulus zelf zit in Rome gevangen.  Zo, dan weet je meteen weer even hoe orthodox ik in het leven sta :-).

Paulus weet dat zijn dood nabij is; deze brief is wellicht zijn allerlaatste geweest.  In elk geval heeft het een beetje het kenmerk van een testament.  Paulus vertelt Timotheus wat echt van belang is.

Timotheus krijgt te horen dat hij het geloof vast moet houden.  Daarbij gaat het zowel om de geloofsinhoud als om de waarachtigheid van zijn geloof.  Dit geloof is ons anker in de eeuwigheid - het verbindt ons met Jezus Christus die met zijn opstanding ons eeuwig leven bij God veilig stelt.

Ons anker in de hemel is ook de manier waarop de Heilige Geest ons kan sterken in barre tijden.

Wie door het geloof zijn anker in de eeuwigheid heeft laten vallen, heeft in dit leven meer weerstand tegen problemen, en is verzekerd van verbondheid met de Schepper, nu en altijd.

En hoe geweldig dat we door dit geloof ook verbonden zijn met ons voorgeslacht dat in Christus geloofde - zoals Timotheus verbonden is met zijn moeder en grootmoeder.  Het bindt ons in dit leven aan elkaar.  Het verbindt ons zelfs met hen die na ons komen.

En een interessante uitsmijter - Onesiphorus was vanuit Efese naar Paulus in Rome gekomen om hem bij te staan, maar was Onesiphorus daarbij om het leven gekomen?  Het lijkt dat hij er niet meer is, en Paulus bidt: 'Moge de Heere hem geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heere op die dag.'

Bidt Paulus hier voor iemand die al is overleden, dat het hem in de eeuwigheid goed gaat?  Ik denk van wel.

Theologisch misschien een probleem, maar het gelovige hart is blijvend verbonden, door het geloof, met ons voorgeslacht. Met onze medegelovigen anno vandaag, en met de gelovigen van de toekomst.  We zijn een kudde, of we nu leven of overleden zijn.

'Heer wilt u vandaag mijn vader die bij u is, een extra fijne dag geven?'

Want het geloof blijft ons binden.

maandag 7 oktober 2013

St Canaire - de eerste Ierse feministe?

Ruins of the priory of Lindisfarne
Canaire (of Cannera) leefde en bad gedurende vele jaren in een cel die ze vlakbij Bantry Baai had gebouwd. Kort voor haar dood besloot ze Senan op te zoeken op het eiland waar hij zijn thuis had. Als je let op de woorden tot Senan over zijn gebrek aan gastvrijheid dan zou je haar wel de eerste Ierse feministe kunnen noemen! Ze had zeker ook een positief effect op de oudere man, want vroege legenden vertellen dat Aidan van Lindisfarne een leerling was van Sean, en die was zeker, zoals we al gezien hebben, een belangrijke leermeester voor vrouwen zowel als mannen.

Canaire stierf omstreeks het jaar 530. Haar feestdag valt op 28 januari. De plekvan haar deels verdwenen graf is gemarkeerd door een eenvoudige vlag, en is nog te zien in de wateren voor Scattery Eiland.

Canaire de Vrome, een heilige vrouw in het zuiden van Ierland, stichtte een klooster in haar eigen gebied. Op een nacht, terwijl ze aan het bidden was, verschenen aan haar in een visioen alle kerken van Ierland. Het leek wel alsof er een toren van vuur opsteeg naar de hemel van elke kant van de kerken. De hoogste torens van vuur, die het meest recht omhoog stegen naar de hemel, kwamen van Inis

Cathaig ( Scattery Eiland). ‘Mooi is de cel van Senan’, zei Canaire, ‘ik zal erheen gaan; moge mijn opstanding er vlakbij zijn.’ Ze ging onmiddellijk, zonder een andere begeleiding dan de torens van vuur die ze in lichterlaaie zag staan, dag en nacht, totdat ze ter plaatse kwam. En toen ze de kust bereikte liep ze op de zee alsof ze op vlak land liep totdat ze bij Inis Cathaig kwam. Senan wist dat ze eraan kwam en hij ging haar tegemoet en verwelkomde haar.

‘Ja, ik ben gekomen’ zei Canaire tegen hem. ‘Ga naar je zus die op het eiland ten oosten van dit eiland woont, zodat je haar gast kunt zijn’ zei Senan. ‘Daarvoor ben ik niet gekomen’ , zei Canaire, ‘Christus is niet slechter dan jij. Christus kwam net zo goed om vrouwen te redden als om mannen te redden. Vrouwen zowel als mannen kunnen het hemelse koninkrijk binnengaan. Waarom zou je vrouwen dan niet toestaan om op dit eiland te wonen?’

‘Je bent koppig’, zei Senan. ‘Goed’, antwoordde Canaire, ‘krijg ik dan waar ik om vraag?’ Wil je me een plaats geven op dit eiland waar ik kan wonen, en het heilige sacrament van de Eucharistie?’

‘Ja, Canaire, je zult een plaats van wederopstanding krijgen hier, aan de rand van de golven’, zie Senan. Toen kwam ze aan wal, ontving het sacrament van Senan, en ging meteen naar de hemel.

Uit Edward Selness, Wijsheid van Keltische heiligen.

maandag 23 september 2013

Mijn preek over de Verloren Zoon - Maak ik er een zooitje van?

Dit weekend preekte ik over Lukas 15:11-32.  Was mijn exegese niet een beetje off the mark?  Dat is nakaarten natuurlijk, maar de mening van een paar experts kan ik altijd gebruiken, om toekomstige downfalls te vermijden, zeg maar.

Hier kan je alle 1850 woorden lezen.  Maar als je wat haast hebt, hier een paar van mijn gedachten.

1. Jezus vergelijkt zichzelf met de herder van het verloren schaap, met de vrouw die een munt verliest, met de vader wiens zoon thuiskomt.
2.  Wat de drie gelijkenissen verbindt is bovenal het feestmaal.  Jezus wil uitleggen waarom hij met zondaars en tollenaars feest.
3.  Wat Jezus zegt is niet dat zijn eten met die 'booswichten' een evangelisatiemethode is, maar het feest is omdat ze zijn thuisgekomen bij God.  Ze 'naderen tot Jezus om te luisteren'.  Net zoals we wekelijks in de kerk doen.
4.   De zondaars naderen tot Jezus; de verloren zoon nadert de Vader; de Farizeeërs naderen alleen het huis van de vader, maar maken ruzie met de vader zelf.  Een verwijzing naar de tempel?  De Farizeeërs doen wel alles voor het huis van de Vader maar zijn het spoort bijster omdat ze van de Vader zelf op afstand blijven?
5.   De Farizeeërs wilden niet meedoen met Jezus die feestte met de zondaars.  Zoals de oudste zoon in de gelijkenis niet in het huis wil komen om te feesten met de verloren zoon.
6.  Wie op afstand blijft van slechte mensen die niet keurig alle regeltjes van de kerk volgen, kan zich daarmee ook wel eens op afstand houden van God zelf, die wel omgaat met een ieder die tot hem komt.
7.  Dit heeft consequenties voor ons houding jegens het avondmaal waarin Jezus zichzelf aanbiedt.  Aan volmaakte christenen? Welnee, aan alle mensen die naar hem willen komen om van hem te leren.