
Rev John
Piper, een man wiens onderwijs en prediking ik zeer hoog acht, schreef van de week op zijn website een korte pensee over de Oude Kerk die ik hier in zijn geheel geef. En waar ik wat vraagtekens bij zet.
Beware of imputing advantage to antiquity. Seventy years after the death of Jesus the churches had neither the collected New Testament nor a living apostle. It was a precarious and embattled time. Neither the experiences nor the teachers of the first 300 years of the church are as reliable as the finished New Testament. The church did not rescue the New Testament from neglect and abuse. The New Testament rescued the early church from instability and error.
We are in a better position today to know Jesus Christ than anyone who lived from AD 100 to 300. They had only parts of the New Testament rather than the collected whole. That’s how valuable the fullness of revelation is in the finished Bible. Beware of idealizing the early church. She did not have your advantages!
Ik weet niet waarom Piper dit schrijft; was hij in gesprek met iemand die de Oude Kerk idealiseert? Dat moeten we niet doen. Ik geef toe dat door mijn aandacht voor de Kerk van de eerste paar honderd jaar, ik ook wel eens de indruk kan wekken dat ik dat doe. Nee dus. De Kerk was vanaf het begin een brede gemeenschap met alle mogelijke puisten en wratten. Maar daar gaat het me nu even niet over.
Wat me interesseert zijn de argumenten van John Piper. Ten eerste verwart hij ‘meer theologisch accuraat’ met ‘Jezus Christus kennen’. Tussen die twee is niet zo’n eenvoudige relatie. Iemand met een verstandelijke handicap kan theologisch dwalen, maar Jezus Christus werkelijk kennen. Het kennen van Christus vloeit niet alleen voort uit volmaakte theologie, zelfs niet uit de bijbel uit je hoofd kennen. Het ‘kennen’ van Christus is een hartskennis die feitenkennis overstijgt.
En kijk nou eens naar de theologische kennis van vandaag in de breedte. Geef mij dan maar de geringere theologische vaardigheden van de eerste paar eeuwen Christendom, als ik dan toch moet kiezen. Niet omdat die eerste eeuwen ideaal waren, maar wel omdat voor niemand het geloof in God, in Christus, in de Geest van God, in de noodzaak van verlossing, in de zondigheid van de mens, ter discussie stond.

Bovendien, Christus kennen wordt in de bijbel niet erg verbonden met bijbelkennis. Tegen zijn discipelen zegt hij dat hij ‘met hen is’ tot aan het einde. Was dat afhankelijk van bijbelkennis? Johannes schrijft zijn eerste brief ‘opdat u met ons gemeenschap hebt, en onze gemeenschap is met God...’ Dat was niet op grond van het bezitten van het Nieuwe Testament dus.
Bovendien gaat het in het Nieuwe Testament vaak niet zozeer over het geschreven woord, maar over het verkondigde woord. Het gesproken woord is dat waardoor we Christus leren kennen. Belangrijk kenmerk van het gesproken woord is dat het in de gemeenschap wordt gesproken. Samen met alle heiligen leren we Christus kennen.
Het was niet het geschreven Nieuwe Testament maar het gesproken woord van de apostelen, het getuigenis van Jezus dat ze doorgaven en interpreteerden, waardoor mensen Christus leerden kennen. Het idee dat de kerk van de eerste eeuwen Christus minder zou kennen dan wij vandaag de dag, vind ik zeer discutabel.
Voelt Piper zelf ook nattigheid? Het eigenaardige is dat hij zijn best doet om zijn argument toe te passen op de kerk van het jaar 100-300 AD. En daarvoor dan? Had de gemeente in Rome, of Korinthe, of Jeruzalem minder kennis van onze Heer Jezus dan wij, omdat ze toen nog niet het hele Nieuwe Testament hadden? Wat gebeurde er dan rond het jaar 100 waardoor de kerk toen minder in staat was Jezus echt te kennen? Hij suggereert: er leefde toen geen Apostel meer. Dus de aanwezigheid van de Apostelen was voor de kerk tot het jaar 100 de crux. Goed, maar er waren er maar 12, en de kerk was overal verspreid. Zelfs toen al moesten de meeste gemeenten het zonder het Nieuwe Testament en zonder de fysieke aanwezigheid van de apostelen stellen.
Het argument dat die oude Kerk het Nieuwe Testament niet had, is trouwens vrij discutabel. Nee, ze hadden geen mooi ingenaaid exemplaar, en misschien hadden niet alle kerken alle 27 boekjes. Maar we weten wel zeker dat al heel snel de meeste evangeliën en brieven van het Nieuwe Testament overal circuleerden. Menig kerkvader in de tweede eeuw citeert bijna alle 27 evangeliën en brieven van het Nieuwe Testament.
Waarom is Piper bang voor teveel eer voor die Oude Kerk? Is het misschien omdat zijn protestantse leer zo sterk op de bijbel als enige bron van leer en leven is gefixeerd, dat hij geen oog heeft voor het getuigenis van het levende Woord dat in de gemeenschap van gelovigen getrouw is doorgegeven? Ik pleit helemaal niet voor het aanvaarden van buiten-Bijbelse traditie als die tegen de Bijbel ingaat, maar wel voor het oog hebben van het Levende Woord, Jezus Christus, over wie de Oude Kerk getrouw heeft gesproken. En wiens getuigenis via de Apostelen, en vervolgens door mensen die door hen waren getraind (denk aan Timotheus en Titus!) weer door werd gegeven aan een volgende generatie kerkleiders.
En het was nota bene die Oude Kerk zelf die bepaalde welke geschriften van de Apostelen het erkende als Heilige Schrift en welke niet. Het luisterde naar die geschriften omdat die overeen kwamen met het Evangelie zoals dat door de apostelen was verkondigd en dat door de door hen aangestelde opvolgers werd doorgegeven. Een ander criterium had de Oude Kerk niet, en die
apostolische successie is dus van centraal belang bij ons begrijpen van de Oude Kerk.
En ja, diezelfde gemeenschap van gelovigen plaatste zich ook onder het gezag van diezelfde geschriften die ze voor ‘apostolisch’ hield. Dat was een eigenaardig dialectisch proces. En omdat Piper dit niet incalculeert, is zijn benadering mijns inziens veel te modern. Alsof wij nu, omdat we de 27 boekjes van de apostelen met ons meedragen, een betere theologie hebben dan de kerk van toen; laat staan dat we Christus beter kennen.
Interessant hierbij is dat deze benadering van Piper (en de Reformatie) enorm dobbert op de uitvinding van de boekdrukkunst, en dat de Reformatie door de boekdrukkunst ook een andere theologische visie heeft gekregen. Ik denk dat het Christendom daarna veel meer een boekreligie was dan daarvoor.